• Nieuw Pensioenreglement Pensioenfonds ING • Commissie positief over “Wij werken aan uw pensioen” • Basis prijsindexatie PFI-pensioen • PFI: “Niet immuun voor de lage rente” • Commissie SEB weer op sterkte • SEB: De overwaardehypotheek • VO van PFI: “Eerste fase Nexus positief”

PENSIOENENCOMMISSIE

Commissie positief over “Wij werken aan uw pensioen”

Het project “Wij werken aan uw pensioen” is weer een stap verder, nu de Pensioencommissie aan het bestuur van PFI heeft laten weten wat ze vindt van de PFI-plannen om de bestaande zes pensioenregelingen terug te brengen tot de Basisregeling Pensioen 65. PFI wil deze verandering doorvoeren, omdat de zes regelingen, met de sterk toegenomen regelgeving van overheid en toezichthouders, anders welhaast onuitvoerbaar dreigen te worden.

Naast het PFI-VO heeft het bestuur van PFI ook de Pensioencommissie van VO-ING en VO-NN om een oordeel gevraagd. Beide instanties oordelen positief en maken wel een kanttekening. De Pensioencommissie van VO-ING en VO-NN doet dit vanuit belangenbehartiging en het PFI-Verantwoordingsorgaan doet dit vanuit belangenafweging. Alle leden van beide verenigingen hebben eind december 2019 of via de email of via de post een nieuwsbrief gekregen waarin het bestuur in afstemming met onze commissie heeft laten weten hoe wij naar het bestuur van het Pensioenfonds ING (PFI) hebben gereageerd op hun vraag over ons oordeel over de voorgestelde wijzigingen en oplossingen. Hier een korte samenvatting van wat het oordeel van de Pensioencommissie is.

In beginsel positief

Wij hebben in nauw overleg met de besturen van beide verenigingen VO-ING en VO-NN ons oordeel aan het bestuur van het PFI kenbaar gemaakt en dat ook verwoord in de nieuwsbrief van eind december. Ons oordeel is verwerkt in een document dat meerdere pagina´s beslaat, en dat wij hieronder kort samenvatten: • Wij zijn het PFI erkentelijk dat zij, ondanks het feit dat wij geen formele positie hebben, ons van het begin af aan heeft betrokken bij dit project. • Wij hebben ons oordeel nadrukkelijk gebaseerd op het uitgangspunt dat wij de belangen van onze leden willen behartigen juist als het om pensioenzaken gaat. • Wij zijn positief over de aan ons gegeven informatie en de gesprekken die gevoerd zijn om ons voldoende te informeren. • Wij hebben tijdens het traject de kans gekregen om waar nodig “tegengas” te geven. • Wij zijn ervan uitgegaan dat wij op dezelfde manier betrokken blijven bij dit project in 2020. • Wij zijn positief over de manier waarop het PFI de wijzigingen heeft verwoord en in vooral de Pensioenspecial van september jl. heeft uitgelegd. Ook zijn we positief over de manier waarop de nazorg na de verspreiding van de Pensioenspecial en de persoonlijke brief heeft plaatsgevonden. Alle vragen en reacties van de deelnemers zijn op tijd en adequaat beantwoord en vooral het aanbieden van adviseurs voor de deelnemers die arbeidsongeschikt zijn wordt door ons erg gewaardeerd.

• Wij zijn positief over het inzicht dat wij gekregen hebben over de kosten en opbrengsten en de (geringe) invloed daarvan op de dekkingsgraad. • Wij hebben gevraagd om ook in de tweede fase van dit project (vanaf 1 januari 2020 tot het moment, najaar 2020, waarop alle deelnemers de informatie krijgen wat hun aanspraken waren en worden) op eenzelfde wijze betrokken te worden en geïnformeerd. En of de uiteindelijke uitkomsten overeenstemmen met de verwachtingen zoals die nu bekend zijn. • Verder willen wij goed op de hoogte worden gehouden van de resultaten van het automatiseringstraject om van zes regelingen te komen tot één regeling. Onbedoeld en onverhoopt kan er altijd iets mis gaan bij deze conversie. • De resultaten van deze conversie worden met ons gedeeld. Wij hebben inmiddels ook met PFI afgesproken dat zij in 2020 aanvullende informatie over het project en de voortgang van de omzetting in de systemen aan alle deelnemers zullen communiceren. “Alles overwegende zijn wij (in beginsel) positief als het gaat om de wijzigingen die worden doorgevoerd inclusief de gekozen compensatie voor de deelnemers die door deze veranderingen geraakt worden”, aldus de Pensioencommissie in haar oordeel aan het PFI-bestuur.

Kanttekening Wel hebben wij een kanttekening geplaatst bij de basisregeling pensioen 62. Bij deze regeling wordt de pensioendatum uiteraard ook omgezet naar 65. Dit gebeurt via de bij PFI gebruikelijke systematiek, zoals vastgelegd in het zogeheten tabellenboek. Deelnemers hebben het recht om in een latere fase hun pensioendatum weer te vervroegen naar 62 jaar. Omrekening van de pensioenrechten gebeurt dan eveneens via genoemde systematiek. Het PFI-bestuur heeft echter het recht periodiek de rekenregels aan te passen in verband met gewijzigde actuariële grondslagen. Hierdoor kan zich de situatie voordoen dat de aldus weer naar 62 jaar teruggebrachte pensioenrechten lager, maar ook hoger kunnen zijn dan de huidige rechten. Wij hebben aan het bestuur PFI gevraagd om hier ook compensatie voor te vragen, maar dat is ons niet gelukt, mede omdat de werkgevers en vakbonden formeel ook met dit onderdeel hebben ingestemd.

(Wim Evers, namens de Pensioencommissie VO –ING en VO-NN)

PENSIOENFONDS

Nieuw Pensioenreglement Pensioenfonds ING

Op de website van PFI onder Documenten en vervolgens Reglementen is het nieuwe pensioenreglement gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2020 geldt het nieuwe pensioenreglement van Stichting Pensioenfonds ING.

Dit nieuwe pensioenreglement van PFI is onderverdeeld in twee regelingen: Regeling 1: de regeling voor de gewezen deelnemers die geen pensioenopbouw meer bij het pensioenfonds hebben. Dit betreft Basispensioenregeling 65. Regeling 2: de regeling voor de deelnemers die nog pensioenopbouw bij het pensioenfonds hebben. Dit betreft de Basispensioenregeling 68. Een nieuw element is dat er in Regeling 1 op bladzijde 16/17 onder hoofdstuk 6 TOESLAGEN EN KORTINGEN en Paragraaf 6.1 Verlening van toeslagen op Pensioenrechten en premievrije Pensioenaanspraken voor Gewezen Deelnemers A en Pensioengerechtigden een nieuw artikel is toegevoegd, dat in de “oude” reglementen niet voorkwam: “ 4. Het Bestuur kan op basis van de financiële positie van het Fonds besluiten om op de opgebouwde Pensioenrechten en Pensioenaanspraken een inhaaltoeslag dan wel een aanvullende toeslag te verlenen indien de dekkingsgraad van het Fonds dit toelaat. Daarbij wordt rekening gehouden met de eventuele beperkingen die voortvloeien uit de Pensioenwet en de fiscale wet- en regelgeving.” Wij zullen als pensioencommissie de toepassing van dit artikel in onze belangenbehartiging meenemen.

Wim van Iersel

PENSIOENFONDS ING

“Niet immuun voor de lage rente”

Vraag aan de Wim van Iersel, directeur van Pensioenfonds ING (PFI): hoe gaat het met de financiële situatie van Pensioenfonds ING?

Wim antwoordt in de januari-uitgave van de Pensioenkrant van PFI: “Op dit moment is een verlaging van de pensioenen bij Pensioenfonds ING niet aan de orde. Maar onze (beleids-) dekkingsgraad is de afgelopen periode wel behoorlijk gedaald. Van 142,5% eind januari 2019 tot 134,3% eind december 2019. Ons Fonds is nog steeds financieel gezond, maar ook wij zijn niet immuun voor een lagere rente. Pensioenfonds ING probeert jaarlijks de pensioenen te verhogen voor een zo waardevast mogelijk pensioen. Die verhoging noemen we ook wel toeslagverlening of indexatie. Op basis van de huidige dekkingsgraad kunnen we op dit moment de pensioenen verhogen. Ondanks de goede financiële positie van nu, is dit geen garantie dat dit in de toekomst ook kan.” Wim van Iersel is uitvoerend bestuurslid en directeur beleggingen bij Pensioenfonds ING. Hij voert namens en in afstemming met het hele bestuur het beheer uit van ongeveer € 30 miljard belegd vermogen.

COMMISIE SOCIAAL ECONOMISCHE BELANGEN

SEB weer op sterkte

Sinds kort telt de commissie SEB drie nieuwe leden, Hans Korink, Martin Hoedemakers en Cees van Oosterom. Zij vormen samen met Hendrik Jan Bot en Frans Crul onder voorzitterschap van Frans De Jager de commissie SEB die daarmee weer op volle sterkte is. De afgelopen maanden is veel werk verricht om nieuwe kandidaten te vinden voor de commissie. De commissie SEB behartigt de belangen van onze leden op sociaal en economisch terrein. De commissie is voor beide verenigingen actief. “Gelukkig zijn wij er uiteindelijk in geslaagd drie nieuwe enthousiaste leden aan te trekken”, aldus de voorzitter.

Hans Korink, Martin Hoedemakers en Cees van Oosterom

Hendrik Jan Bot, Frans Crul en Frans De Jager

UIT HET PFI-VERANTWOORDINGSORGAAN

Oordeel van het VO van PFI: “Eerste fase Nexus positief”

Het Verantwoordingsorgaan (VO) van Pensioenfonds ING (PFI), of PFI-VO, is geruime tijd geleden geïnformeerd over de plannen van het bestuur van PFI om de complexiteit en het beheer van bestaande pensioenregelingen te vereenvoudigen. Die plannen houden een omvangrijke aanpassing van de pensioenuitvoering in. PFI gaf de naam Nexus mee aan dit project dat ook wel ‘wij werken aan uw pensioen’ wordt genoemd.

Naast het PFI-VO heeft het bestuur van PFI ook de Pensioencommissie van VO-ING en VO-NN om een oordeel gevraagd. Beide instanties oordelen positief en maken wel een kanttekening. De Pensioencommissie van VO-ING en VO-NN doet dit vanuit belangenbehartiging en het PFI-VO doet dit vanuit belangenafweging. “Handelt het PFI-bestuur binnen het afgesproken beleid? Zijn bij besluiten alle belangen zorgvuldig en evenwichtig afgewogen? Dat is in een notendop wat het VO bewaakt”, aldus PFI in de Pensioenkrant. Het project moet uiteindelijk leiden tot een verbeterde communicatie naar (gewezen) deelnemers en kostenbesparingen in de uitvoering bij de pensioenuitvoerende instantie AZL. Er zullen voor sommige groepen deelnemers en in individuele gevallen wijzigingen doorgevoerd gaan worden in hun pensioenaanspraken. Het uitgangspunt van het PFI-bestuur is hierbij dat deelnemers er hierbij niet op achteruit mogen gaan. Het VO heeft goed naar de plannen en de voorgenomen procesgang gekeken. Het VO is nu van oordeel dat door PFI grotendeels een evenwichtige belangenafweging heeft plaatsgevonden op basis van een zorgvuldige en gedetailleerde analyse van de grote hoeveelheid pensioenregelingen. Per saldo oordeelt het VO positief over de uitvoering van de eerste fase van het project Nexus / ‘Wij werken aan uw pensioen’. Wel is er een voorwaarde door het VO aan verbonden: de communicatie naar specifieke groepen over de impact van het project moet zorgvuldig worden gedaan. Het VO hecht eraan dat PFI straks tijdig aan verschillende groepen PFI-deelnemers duidelijk maakt wat de individuele gevolgen zijn. In het bijzonder betreft dit de groep waarvoor de pensioenleeftijd verhoogd wordt van 62 naar 65 jaar. Voor hen moet duidelijk zijn wat de impact is van een eventuele toekomstige keuze om het pensioen toch met 62 jaar in te laten gaan. Het VO ziet met vertrouwen uit naar de volgende fase. (Ron van Alphen, lid Verantwoordingsorgaan PFI)

PENSIOENEN

Basis prijsindexatie PFI-pensioen

In de afgelopen jaren hebben heeft de Pensioencommissie, mede op basis van de steeds stijgende dekkingsgraad, meermalen het bestuur van PFI gevraagd naar de mogelijkheid om de prijsindexatie die nu gebaseerd is op de zogeheten “afgeleide” consumentenprijsindexatie (zonder het effect van belastingmaatregelen) aan te passen naar de (iets) hogere consumentenprijsindexatie. Wij hebben nu een definitief antwoord ontvangen en daarmee is wat ons als pensioencommissie betreft dit onderwerp afgesloten. Het antwoord van het PFI-bestuur luidt als volgt:

“Aan het pensioenfonds ING is de vraag gesteld of het mogelijk is om de maatstaf die gehanteerd wordt voor indexatie van de pensioenaanspraken van de gewezen deelnemers en de uitkeringsgerechtigden te veranderen. Voor de pensioenaanspraken voor de meeste gewezen deelnemers en de uitkeringsgerechtigden gaat het om een verhoging op basis van de afgeleide consumentenprijsindex. Het verzoek is of het mogelijk is om deze aan te passen en de consumentenprijsindex te gebruiken. De wijze van indexeren is overeengekomen tussen de sociale partners (werkgevers en vakbonden) en is opgenomen in de pensioenovereenkomsten.

Om gehoor te geven aan het meermaals gedane verzoek heeft pensioenfonds ING daarom in het verleden aan sociale partners verzocht om een mogelijke wijziging van de maatstaf in overweging te nemen. Vanuit deze zijde is aangegeven om het huidige totale raamwerk omtrent indexatie ongemoeid te laten. Pensioenfonds ING voert daarom de huidige afspraken uit en geeft daarmee gevolg aan de wijze waarop het huidige raamwerk omtrent indexatie is vormgegeven. Dit betekent voor de pensioenaanspraken voor de meeste gewezen deelnemers en de uitkeringsgerechtigden een verhoging op basis van de afgeleide consumentenprijsindex.” (Wim Evers, namens de Pensioencommissie VO-ING en VO-NN)

COMMISSIE SEB

De overwaardehypotheek in het kort

Wat kan je doen met de overwaarde van je eigen woning? De Overwaarde- (Verzilver- of Opeet-hypotheek staat de laatste tijd flink in de belangstelling. Dit komt doordat de waarde van huizen de afgelopen jaren explosief is gestegen en het aantal ouderen met (enig) vermogen flink toeneemt.

Wat is overwaarde? Overwaarde is het verschil tussen de vrije (getaxeerde) verkoopwaarde van een huis en de hypotheekschuld die er mogelijk nog op rust. Bij het verstrekken van overwaarde- hypotheken kijken de geldverstrekkers in principe alleen naar de overwaarde van een huis en niet naar het inkomen. Deze hypotheekvorm kent geen maandlasten: de te betalen rente wordt namelijk opgeteld bij de lening. De hypotheekschuld stijgt dus in de tijd gezien. Aflossing vindt plaats bij verkoop (door de eigenaar, eigenaren of de erfgenamen). Wat kan ik lenen? De hoogte van het te lenen bedrag (de maximale overwaarde) hangt af van factoren zoals de leeftijd, wel/geen bestaande hypotheek, het gewenst bedrag en de uitkeringsvorm (éénmalige of maandelijkse uitkering) en de maximale leninggrens (veelal 2/3 van de overwaarde). Elke bank hanteert haar eigen rekenregels om de overwaarde vast te stellen. De onderlinge verschillen zijn groot, maar alle banken gaan uit van het principe dat ‘hoe ouder je bent, hoe meer je kunt lenen’. Dit omdat de te betalen rente bij de schuld wordt opgeteld. Dus hoe langer je leeft, des te hoger de schuld wordt. Banken hanteren overigens ook verschillende ‘startleeftijden’ bij overwaarde hypotheken (60 jaar of ouder, vanaf de AOW-leeftijd etc.). Wat kan ik met het geld doen? Uiteraard verschilt dit per individu. Je kunt natuurlijk ‘cashen’ bij een éénmalige opname maar als je het bedrag vervolgens op een spaarrekening zet, levert dat tegenwoordig niks op. Bovendien is de betalen hypotheekrente flink hoger dan de rente van een gewone hypotheek (3 à 3,5%).

Bij een eenmalige opname is het verstandig om een bepaald doel voor ogen te hebben, bijvoorbeeld een schenking aan een kind voor de aankoop van een eigen woning. Als het om extra bestedingsruimte gaat dan is het verstandiger voor maandelijkse opnames te kiezen. Hoe zit het fiscaal? Overwaardehypotheken vallen in principe in box 3. Dit betekent dat de rente die je betaalt niet aftrekbaar is. Voordeel is echter wel dat je vrij over het geld kunt beschikken. Je hoeft dus niet verplicht af te lossen en je hoeft het geld niet te gebruiken voor je eigen woning. Bij welke geldverstrekkers kan ik terecht? Steeds meer geldverstrekkers richten zich op deze hypotheekvorm zoals Nationale-Nederlanden, ING Bank, ABN AMRO en Florius. Wat zijn de voor- en nadelen? Meest belangrijke voordeel is natuurlijk dat je het geld dat in de stenen zit zonder voorwaarden kunt gebruiken als extra bestedingsruimte. Nadelen zijn: de rente die bij je schuld wordt opgeteld is flink hoger dan bij een gewone hypotheek; de kans is aanwezig dat de schuld hoger wordt dan de waarde van de woning (een aantal banken biedt hiervoor overigens een garantie tegen restschuld); de te betalen rente is niet fiscaal aftrekbaar en je mogelijke erfgenamen gaan minder erven. Bij voldoende pensioeninkomen kan het afsluiten van een gewone hypotheek (lineair of annuïtair) als alternatief misschien een betere oplossing zijn dan een overwaardehypotheek. Het is dus zeker raadzaam je goed te oriënteren op alle ins en outs van deze hypotheekvorm. Op de websites van nn.nl en ing.nl kan je meer vinden over dit onderwerp. (Commissie Sociaal Economische Belangen)