“Flexplekken, de échte,
die zijn toch verschrikkelijk!”

Van ganzenveer naar elektronische polis

NN-jurist en hoogleraar Wouter Kalkman en voormalig NN-jurist Maarten de Nerée tot Babberich over het juridische vak

Veranderde het verzekeringsvak voor de juristen? We spreken daarover met de actieve NN-jurist en hoogleraar Wouter Kalkman (58) en de gepensioneerde NN-jurist Maarten de Nerée (70).
Conclusie: de omgeving veranderde en daarmee ook de invulling van de juridische kant van het verzekeringsvak.

Met twee door de wol geverfde juridische specialisten in verzekeringen aan tafel. Wouter Kalkman is naast zijn functie bij NN sinds 2005 actief als hoogleraar verzekeringsrecht aan de UvA. Na verschillende (leidinggevende) juridische functies binnen NN/ING is hij tegenwoordig eindverantwoordelijk voor de afdeling Legal & Compliance van NN Leven en voor het samen met zijn collega Walter van Gerner opgerichte inhouse advocatenkantoor NN Advocaten (www.nnadvocaten.nl). Met zijn voorganger en tijdlang collega Maarten de Nerée kijkt hij terug. Maarten ontwikkelde zich als specialist in transportverzekeringen. Hield zich daarnaast bezig met andere schadeverzekeringen en het op de voet volgen van ontwikkelingen op verzekeringsgebied.


Wat vond je het leukste aan je tijd bij NN?

Maarten: “Dat waren de vele veranderingen in het vak. De opkomst van de invloed van Europa met onder meer richtlijnen en verordeningen en het toepassen van het Europees recht op concrete verzekeringsdiscussies in Nederland. Al die ontwikkelingen bijhouden en daaraan bijdragen, vond ik erg boeiend. Vanaf medio 1990 kwamen de inkomensverzekeringen in zwang met verzekeringsproducten die voorzagen in de loondoorbetaling bij ziekte, waarvoor polissen moesten worden ontwikkeld.”

Wouter: “Ik heb binnen NN het vak geleerd van George Smittenaar. Toen Maarten bezig was met de Europese schadeverzekeringsrichtlijnen, ging ik samen met George regelmatig naar Brussel om de belangen van het Nederlands levensverzekeringsbedrijf (onder de vlag van het Verbond van Verzekeraars) te bepleiten bij het Europees parlement.”


Het ging verder dan alleen het belang van NN?

Maarten: “Ja, de dingen die wij hier en in Brussel deden waren van belang voor het hele Nederlandse verzekeringsbedrijf. Bijvoorbeeld ook toen het nieuw Burgerlijk Wetboek (1992), het nieuwe erf- en schenkingsrecht (2004), het nieuwe verzekeringsrecht (2006), de nieuwe pensioenwetgeving (2007) en de nieuwe toezichtswetgeving voor verzekeraars (1994-2007) ingevoerd werden. Aan de totstandkoming daarvan hebben we beiden intensief bijgedragen. Wouter op het gebied van Leven en ik op Schade.”

Wouter: “NN drukt nog steeds (al dan niet via het Verbond van Verzekeraars) haar stempel op juridische ontwikkelingen. Wij zijn actief betrokken bij het juridisch debat over alle zaken die NN raken.”


En het juridische verzekeringsvak?

Wouter: “De invulling en uitoefening van het vak is door de tijd heen veranderd, het juridisch vak zelf niet. Alles gaat en moet sneller, er is veel meer informatie beschikbaar en zelfstandigheid bij het werk is uitgangspunt. Wat onveranderd is, is dat NN nog steeds goed opgeleide en deskundige juristen nodig heeft die in staat zijn juridische documenten, zoals de polis en de polisvoorwaarden, in zorgvuldig gekozen en begrijpelijke taal op te stellen, maar ook om de belangen van het bedrijf in geschillen en procedures goed en zorgvuldig te behartigen. Er staan vaak grote belangen op het spel, die niet beperkt zijn tot één polis of één pensioencontract.”

Maarten: “Vroeger had je meer tijd om je in een onderwerp te verdiepen. Ingewikkelde zaken met dikke dossiers; ik had alle tijd om in de bibliotheek dingen op te zoeken. ‘Maarten gaat weer lekker lezen’, zeiden mijn collega’s dan. Alle jurisprudentie stond op papier, nu op internet en Google. Het gebruik van internet werd ook door de schadebehandelaars ontdekt, die prompt “google-juristen” werden genoemd.”


Wat verandert er?

Wouter: “De digitalisering van het verzekeringsvak leidt tot allerhande juridische vragen, zoals over het elektronisch communiceren met de klant, de elektronische polis en het gebruik van algoritmen om te komen tot een bepaalde beslissingen. Daarnaast zien we dat individueel klagen plaatsmaakt voor collectief actievoeren tegen verzekeraars als gevolg van social media en de wettelijke mogelijkheden. De overheid bevordert dat collectief actievoeren en dat vraagt van verzekeraars en hun juristen een andere aanpak.”

Maarten: “Destijds kenden wij het collectief actierecht nog niet en was de informatie voor juristen nog beperkt. Op vrijdag kregen wij een paar tijdschriften met belangrijke uitspraken. Nu zijn er dagelijks honderden nieuwe uitspraken beschikbaar. Verder ontvingen wij dagelijks het Staatsblad en de Staatscourant waarin wetgeving en overheidsbesluiten werden gepubliceerd.”

Wouter: “Bij de invoering van het nieuw verzekeringsrecht in 2006 dacht de wetgever nog dat papier veiliger was dan digitaal. Dat kun je je nu toch niet meer voorstellen?”


Heb je een anekdote?

Maarten: “Juristen waren destijds serieuze mensen, maar op 1 april probeerden we toch grappen te verzinnen. In de tijd van de NN Zorgverzekering bedachten wij als grap de ontwikkeling van een ‘Rode Lantaarnpolis’ voor vrouwen van lichte zeden die niet in aanmerking kwamen voor een reguliere ziektekostenverzekering. Dat leverde een vermakelijke reactie van de directie op, die zich afvroeg of men bij Zorg gek was geworden. Of een andere keer dat vanaf 1 april van dat jaar kosteloos de postcode in brillenglazen zou worden gegraveerd.”

Wouter: “Dit soort grappen was echt iets voor de jaren ‘70 en ‘80. Nu is alles wat zakelijker geworden.”


Welke vraag zouden jullie aan elkaar willen stellen?

Maarten: “Ik heb geen vraag aan Wouter.”

Wouter: “Ik wel: zijn er nu dingen die je bij NN ziet die je niet had willen meemaken?”

Maarten aarzelt geen seconde: “Flexplekken, de échte. Die zijn toch verschrikkelijk! Ik had een eigen werkplek en een kast voor dossiers en boeken. Ik hoefde ’s avonds dus niet al mijn spullen in zo’n koffertje te stoppen. En ‘s morgens was het niet nodig om op zoek te gaan naar een vrije werkplek.”

Wouter: “Ja, flex is uitgangspunt. Niemand heeft meer een eigen kamer op de juridische afdeling. Wil je rustig en geconcentreerd werken, dan moet je thuis werken. Nu vindt niemand dat vreemd. Vroeger dacht men daar anders over.” Maarten: “Ik vind het drie keer niks.”


Tot slot…

Wouter: “NN was en is nog steeds een prachtig bedrijf om voor te werken.”

Maarten: “Als jurist heb ik het altijd reuze naar mijn zin gehad. Vanaf het begin heb ik binnen NN Schade alle mogelijkheden gekregen om mij in alle facetten van het verzekeringsvak te ontwikkelen. Ik kan dan ook met veel voldoening terugkijken op een prachtige carrière binnen NN.”

(Ewald Wagenaar)


Mr. Maarten de Nerée (71) is gescheiden en heeft twee volwassen kinderen. In 1973 is hij in dienst getreden van Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij en bij die maatschappij aan de slag gegaan als juridisch medewerker op de afdeling Transport Schade, onder de toenmalige leiding van wijlen Jan Willem Wurfbain. Op 1 september 2013, dus 40 jaar later, is hij met pensioen gegaan. Hij ontwikkelde zich in de loop der jaren tot juridisch adviseur voor het gehele schade- en zorgverzekeringsbedrijf van Nationale-Nederlanden. Hij maakte in 1998 de samenvoeging mee van de juridische afdelingen van het Leven- en Schadebedrijf met de vorming van de Centrale Juridische en Fiscale Strafdienst.”

Prof. dr. Wouter Kalkman (58) is getrouwd en heeft drie volwassen kinderen. Hij kwam in 1986 als net afgestudeerd jurist in aanraking met het verzekeringsvak bij de Nationale-Nederlanden Levensverzekering Maatschappij. Hij promoveerde in 1997 op het onderwerp begunstiging bij levensverzekering. Wouter was vanaf 2000 hoofd van de Centrale Juridische en Fiscale Stafdienst van NN (Leven en Schade). In 2005 werd hij eindverantwoordelijk voor de juridische afdelingen van ING Insurance in Europa. In datzelfde jaar werd hij benoemd tot bijzonder hoogleraar verzekeringsrecht (“een erebaan”) aan de UVA. Laatste wapenfeit: het voltooien van het Compendium Verzekeringsrecht (30 hoofdstukken, 765 bladzijden), geschreven door auteurs die verbonden zijn aan NN Advocaten en recent uitgegeven door de Staatsdrukkerij (SDU).