“Stoelenhiërarchie”

Oud-NN-directeur Ben Cohen over de Groenhovenstraat, Den Haag

In zijn jaren voor NN en voorloper 1845 zat oud-NN-directeur Ben Cohen (92) op diverse werkplekken in het oude Haagse hoofdkantoor van NN aan de Groenhovenstraat 2 (hoek Raamweg). Het gebouw begon als het hoofdkwartier van De Nederlanden van 1845. Ben vertelt.

Na zijn rechtenstudie en dienstplicht begon Ben Cohen (92) onderaan de ladder bij ‘1845’ aan de Groenhovenstraat. Het waren opbouwjaren na de oorlog. “Je werd naast iemand neergezet met wie je moest meekijken. Ik kreeg een dossier in handen over artsen die een praktijk wilden overnemen en daarvoor financiering nodig hadden. Dit hadden we uitbesteed aan de Industriële Discontomaatschappij. Zij maakten helaas vaak ruzie met het intermediair. Ik heb toen als beginnende medewerker een nieuwe stichting in elkaar gedraaid en een organogram gemaakt om de financiering en de daarbij horende verzekeringen in eigen hand te nemen. Als bestuurders had ik directieleden van Brand Fatum en Leven voorgesteld en mijzelf als directeur. Beginkapitaal van 15 miljoen. Ik kreeg het papier terug, maar van directeur werd ik er administrateur. Ik was per slot een 23 jaar jonge jurist. De 15 miljoen werden er vijf. Deze Stichting Vestigingscrediet Medische Beroepen werd later de NN Financieringmaatschappij.” Stoelen Hoe ging dat daar op kantoor in de jaren vijftig? Ben: ”In de grote zaal stonden de bureaus in lange rijen naast elkaar. Sous-chefs keken van opzij naar deze medewerkers. De chefs in de glazen kamertjes daarachter. De gewone medewerker had een gewone ronde houten stoel en de controlerende medewerkers hadden een vierkante. De sous-chefs hadden een bureau met laatje én een slot, de gewone medewerkers hadden geen laatje. Ik wilde als nieuwe medewerker eens ergens gaan zitten en pakte een stoel die leeg was. ‘Mag ik u gelukwensen’, zei iemand me. Ik reageerde verbaasd. ‘Bent u dan geen sous-chef? Maar u zit wel op een stoel van een sous-chef.’ Er was een stoelenhiërarchie. Een procuratiehouder had als extra voorrecht gordijntjes voor zijn raam.”

Ben Cohen De cv van B.W. Cohen (93) is lang. Hier een paar van de belangrijkste functies 1953 - Medewerker bij 1845. 1955 - Administrateur Stichting Vestigingscrediet Medische Beroepen. 1958 - Chef de bureau. 1960 – Procuratiehouder Transport. 1965 - Adjunct directeur Transport. 1969 - Directeur NN Schade. 1973 - Voorzitter directie Tiel Utrecht Groep (“eerste directeur”). 1975 - Voorzitter directie Victoria Vesta. 1987 - Lid Hoofddirectie Nederland NN

Boem Het gebouw aan de Groenhovenstraat ligt aan een kanaal dat in de oorlog onderdeel van een tankgracht was die deel uitmaakte van de verdedigingswal van de Duitsers. Ben: “Het gebouw is door Berlage gebouwd in, ik denk, de 20-‘er jaren. Het is ontworpen zoals het er nu bij staat, maar werd gebouwd zonder bovenste verdieping, die kwam later, na de Tweede Wereldoorlog bij het herstel van het gebouw. Toen ik kwam, waren ze nog bezig met het laatste stukje van de herbouw, in zomer 1954, geloof ik. Tijdens de herbouw moesten dikke tankwallen worden opgeblazen. Het gebouw had grote kantoortuinen. Het licht in die zalen kwam van de glazen koepeldaken. Bij dat wekelijkse opblazen moest iedereen de zaal uit. Maar er gebeurde nooit iets na het alarm en de boem. Daardoor werden de mensen minder nauwkeurig en gingen sommigen niet meer uit het kantoor. Maar op een dag ging weer het alarm af. Mensen de zaal uit en vervolgens de boem. Toen is een groot stuk beton door het glazen dak op een bureau gevallen op de begane grond. Als er iemand was geweest dan had die het niet overleefd.” Gezelligheid Ben: “Ik vond het niet altijd aangenaam om in dit gebouw te werken. Wel was er een zekere gezelligheid. Maar het was altijd rumoerig. Er waren verschrikkelijk veel mensen, en het aantal personeelsleden nam door de groei sterk toe. Op de binnenplaats was al een extra een schuur gebouwd waar zo’n honderd mensen in konden werken. Als de zon scheen, was het zo heet dat rond-draaiende grassproeiers op het dak nodig waren om het koel te houden. Uiteindelijk werd het gebouw te klein en ging Fatum naar een nieuw kantoor bij de Houtrustbrug Later zat ik in een van de directiekamers boven de entree. Ontworpen door Berlage. Net als de commissariskamer. Daarin stonden rondom de namen van de commissarissen op de lambrisering. De stoelen hadden hoge rugleuningen. Al je erop ging zitten klemden je vingers tussen de leuning en de tafel. Niet zo handig ontworpen. Wat nog meer opviel? De lunchzaal en het directielunchcentrum op het dak. Een aparte en chique plek. In deze tijd is dat niet meer denkbaar: afdelingschefs en procuratiehouders zaten in de lunchzaal op het toneel achter een gordijn tussen hen en de medewerkers. Ik vond het een rare toestand. We hadden beter door elkaar kunnen zitten. Dat rangen- en standengedoe was een overblijfsel van voor de oorlog. Geleidelijk aan is dat veranderd toen we het gebouw verlaten hebben. Het meest aangename aan het gebouw was toch wel de gezelligheid. Want door die grote zalen zat je bij elkaar en kende je heel veel mensen. Het was een eigen club waar je bij hoorde. Dat was toch iets bijzonders.” (Ewald Wagenaar)

Hoofdkantoor van De Nederlanden van 1845 aan de Groenhovenstraat nr. 2 te Den Haag in 1958 (foto: W. Schurman, Den Haag).

Directie en de administrateurs van de transportverzekering van De Nederlanden van 1845, v.l.n.r. H. Trietsch, B.W. Cohen, G.J. van der Graaf en H.J. van Leeuwe uit ca. 1965 (foto: J.W. Durrer, Den Haag).