• Pensioenfonds PFI

Pensioenakkoord raakt PFI-pensioenen amper


Commissie Pensioenen:

Reductie pensioenregelingen bij PFI


• Uit het PFI-verantwoordingsorgaan

PFI-deelnemers willen geen hoger risicoprofiel

PENSIOENFONDS PFI

Pensioenakkoord raakt PFI-pensioenen amper

Op de site van Pensioenfonds ING (PFI) wordt een toelichting gegeven op de gevolgen van het dit jaar afgesloten (voorlopige) pensioenakkoord voor de PFI-pensioenen. Kort samengevat: de gevolgen zijn zeer beperkt omdat PFI een gesloten fonds is.

Op de site van Pensioenfonds ING (PFI) wordt een toelichting gegeven op de gevolgen van het dit jaar afgesloten (voorlopige) pensioenakkoord voor de PFI-pensioenen. Kort samengevat: de gevolgen zijn zeer beperkt omdat PFI een gesloten fonds is.

Met het pensioenakkoord zijn de eerste stappen naar een nieuw pensioenstelsel gezet. Veel onderdelen zijn echter nog onduidelijk. Dit komt doordat er nog veel moet worden uitgewerkt door een speciale stuurgroep. Daarnaast kan ook de maatschappelijke discussie nog van invloed zijn op de uiteindelijke afspraken, aldus PFI op de eigen site.

Wat weten we nu al wél? Hier een paar reacties van PFI op enkele voorgenomen onderdelen van het pensioenakkoord: de AOW-leeftijd, premiesystematiek, meer persoonlijk pensioenvermogen, zware beroepen, eenmalige uitkering van 10% in één keer en regels voor het verhogen en verlagen van pensioenen.


Wat verandert er voor de AOW?

De stijging van de AOW-leeftijd is vertraagd, Dit is een onderdeel uit het pensioen­akkoord. En er zijn meer nieuwe regels die per 1 januari 2020 ingaan.

Lees hier meer.


Hebben de voorgenomen wijzigingen in de premiesystematiek gevolgen voor de PFI-pensioenen?

Nee, dit voorstel heeft geen invloed op de PFI-pensioen omdat PFI een gesloten pensioenfonds is. Er is geen sprake meer van premie-inkomsten.


Regeling voor meer persoonlijk pensioenvermogen

Het pensioenakkoord spreekt over het voornemen om een regeling te maken met meer persoonlijk pensioenvermogen.
Hierdoor wordt beter zichtbaar hoeveel pensioenvermogen u als deelnemer in een pensioenfonds heeft opgebouwd. Beleggingswinsten en beleggingsverliezen worden met alle deelnemers gedeeld. Hoe de regeling er precies uit gaat zien en wanneer dit afgerond zal zijn, weten we nu nog niet. Het is nog niet duidelijk of en in hoeverre dit onderdeel van het pensioen­akkoord van toepassing zal gaan zijn op uw opgebouwde PFI-pensioen omdat PFI een gesloten pensioenfonds is.


Zware beroepen

Het kabinet gaat – samen met werkgevers- en werknemersorganisaties – kijken naar het pensioen voor mensen met een 'zwaar beroep'. Het kabinet wil dat er afspraken komen zodat iedereen op een gezonde manier zijn pensioen haalt. Dit voorstel heeft geen invloed op PFI-pensioenen.


10% van het pensioen in één keer uitkeren

Volgens het pensioenakkoord mogen deelnemers op hun pensioendatum maximaal 10% van hun pensioenbedrag in één keer opnemen. Daarmee zouden zij bijvoorbeeld een deel van de hypotheek kunnen aflossen of de woning kunnen verduurzamen. Het is nog niet bekend wat de voorwaarden precies zullen gaan zijn en of en wanneer deze mogelijkheid wettelijk mogelijk zal zijn. Het is om die reden nog niet duidelijk wat dit betekent voor PFI-pensioenen.


Heeft het pensioenakkoord gevolgen voor het verhogen of verlagen van pensioen?

In het pensioenakkoord is voorgesteld om sneller over te gaan op het verhogen en verlagen van pensioen. De nieuwe regels hiervoor gaan naar verwachting al vanaf 2020 in. Ze houden kort gezegd in dat pensioenfondsen minder reserves (buffers) aan hoeven te houden. Hierdoor kunnen bij voldoende rendement de pensioenuitkeringen en pensioenopbouw sneller omhoog. Tegelijkertijd betekent dit dat als het economisch tegenzit, de pensioenen sneller omlaag gaan. Het pensioen gaat dus meer met de markt meebewegen en wordt als gevolg daarvan minder zeker. Blijft onze (beleids)dekkingsgraad van PFI boven de 100%? Dan hoeft PFI pensioenen niet te verlagen. Ze mogen pensioenen verhogen. Zakt de dekkingsgraad onder de 100%? Dan moeten ze pensioenen verlagen, totdat de 100% weer bereikt is.

Tot zover de algemene opzet. Of er voor relatief ‘rijke’ fondsen als Pensioenfonds ING nog andere regels kunnen gelden weten we nog niet. Voor fondsen die er financieel goed voorstaan kan het gewenst zijn de buffers niet direct uit te hoeven delen maar wat te bewaren voor mindere tijden. Of hiervoor nog aanvullende regels komen, zal duidelijk worden bij de verdere uitwerking van het pensioenakkoord.

Lees verder.


Vervolg op het pensioenakkoord?

Hoe nu verder? Er is nog veel te doen en nog veel onduidelijk. Een stuurgroep van werkgevers, werknemers (vakbonden) en de overheid gaat aan de slag met de uitwerking van de diverse onderwerpen en nieuwe plannen. Minister Koolmees wil de nieuwe pensioenregels in 2022 invoeren. De nieuwe regels voor de AOW-leeftijd gaan wel al in op 1 januari 2020. Zodra onderdelen uit het pensioenakkoord in de loop van de tijd duidelijker worden, zullen wij u hierover op onze website informeren.

(Bron: www.pensioenfondsing.nl)


En de CDC-fondsen van ING en NN?

Op de vraag aan Ingrid Vleeskens, senior communicatiemanager van ING CDC Pensioenfonds en NN CDC Pensioenfonds, wat de gevolgen van het voorlopige pensioenakkoord voor de beide CDC-fondsen zijn, laat ze weten dat “er over dit onderwerp geen informatie bij de CDC Pensioenfondsen van ING en NN beschikbaar is.”

In de CDC-fondsen wordt vanaf 1 januari 2014 pensioen opgebouwd door ING- en NN-medewerkers.

Zie voor informatie over deze fondsen: ing.cdcpensioen.nl en nn.cdcpensioen.nl.

COMMISSIE PENSIOENEN

PFI-project “Wij werken aan uw pensioen”

Reductie pensioenregelingen bij PFI

Veel leden hebben het vast al gezien dat er in een fors aantal gevallen wijzigingen zullen komen in de (meeste) pensioenregelingen. Daarover is door Pensioenfonds ING (PFI) inmiddels uitgebreid gecommuniceerd. Als Pensioencommissie willen we ook via de VO-bladen informeren over dit proces en onze inbreng daarin. Die inbreng is wat ons betreft voor de hand liggend en vloeit rechtstreeks voort uit de behartiging van de (pensioen)belangen van onze leden.

Veel leden hebben het vast al gezien dat er in een fors aantal gevallen wijzigingen zullen komen in de (meeste) pensioenregelingen. Daarover is door Pensioenfonds ING (PFI) inmiddels uitgebreid gecommuniceerd. Als Pensioencommissie willen we ook via de VO-bladen informeren over dit proces en onze inbreng daarin. Die inbreng is wat ons betreft voor de hand liggend en vloeit rechtstreeks voort uit de behartiging van de (pensioen)belangen van onze leden.

In het kort eerst iets over de achtergrond. Door PFI worden de pensioenregelingen uitgevoerd van alle ING-medewerkers op 31 december 2013. Door de opeenvolgende fusies in het verleden waren er toen en ook nu nog zes verschillende pensioenregelingen met daarbinnen nog weer veel overgangs- en compensatieafspraken. De nu te maken aanpassingen vormen een onderdeel van de investeringen die PFI doet om te komen tot een optimalisatie van de uitvoering van de pensioenregeling. Hiervoor is het nodig om de bestaande zes pensioenregelingen gelijk te stellen. De regelingen hebben al veel gelijke onderdelen, maar op sommige punten wijken ze wat van elkaar af. Voor het gelijkstellen van de huidige pensioenregelingen wordt de Basisregeling Pensioen 65 als uitgangspunt genomen. Die regeling is van toepassing voor bijna 70% van de deelnemers.


Folder

PFI heeft de werkgevers ING Bank en NN Group begin september 2019 gevraagd om deze bestaande pensioenregelingen op een beperkt aantal afwijkende punten gelijk te stellen. In de maand september heeft PFI ook alle meer dan 70.000 deelnemers geïnformeerd met een persoonlijke brief waarin staat welke wijzigingen er zijn voor de betrokken deelnemers en in een uitgebreide folder werd die uitgelegd. Deze informatie, die op papier werd verstuurd, is uiteraard ook zichtbaar in je deelnemersportal en, met uitzondering van de persoonlijke brief, ook op de website van PFI onder de banner “Wij werken aan uw pensioen”. Met de aanpassingen werkt het Fonds toe naar uiteindelijk één pensioenregeling voor alle deelnemers van PFI. De nieuwe pensioenregeling kan dan per 2020 worden ingevoerd.

De pensioenregelingen van PFI zijn eerder al tot stand gekomen in overleg tussen werkgevers en vakbonden. De werkgevers gaan de door PFI voorgestelde aanpassingen bespreken om daarna tot overeenstemming te komen met de vakbonden. PFI verwacht in december 2019 een definitief besluit. Daarna ontvangen de deelnemers uitgebreidere informatie over de gevolgen van deze aanpassingen.


Tijdlijn

  • September 2019: verzoek aan sociale partners.
  • September 2019: brief en uitgebreide folder voor alle deelnemers.
  • Eind 2019: beslissing werkgevers en vakbonden.
  • Eind 2019: beoordeling door Verantwoordingsorgaan en besturen VO-NN en VO-ING.
  • Eind 2019: alle deelnemers ontvangen een brief over de stand van zaken.
  • 1 januari 2020: ingangsdatum van de voor alle deelnemers geldende nieuwe pensioenregeling.
  • Tot 1 juli 2020: systeemaanpassingen.
  • 1 juli 2020: alle deelnemers kunnen gebruik maken van de nieuwe Pensioenplanner en ontvangen daarna een overzicht waarbij ook in bedragen duidelijk is wat de wijzigingen betekenen.

De rol van Pensioencommissie

PFI heeft niet alleen de werkgevers en de vakbonden gevraagd om te reageren op de voorgestelde wijzigen, maar het Fonds heeft gelijktijdig het PFI-verantwoordingsorgaan, de VO-NN en VO-ING geïnformeerd over de voorgestelde aanpassingen. De Pensioencommissie is vanaf 22 februari van dit jaar in gesprek over dit onderwerp met de PFI-projectleiding. In de eerste maanden was er wel veel informatie, maar die was het voor ons nog verre van concreet. Dat hebben we ook laten weten en vanaf juli van dit jaar werd het overleg meer inhoudelijk. Wij zijn betrokken geweest bij de redactie van de brieven voor de deelnemers, en wij hebben afspraken gemaakt met de projectleiding op welke manier vragen van deelnemers het best konden worden beantwoord. En ten slotte zijn we gevraagd om een oordeel te geven op de voorgestelde wijzigingen.


Vragen

Dat heeft er toe geleid dat er voor alle deelnemers een speciaal (callcenter)team bij AZL klaar zat vanaf het moment dat de brieven uit zijn gegaan. En ook daarna zit dit team klaar zit voor de “eerstelijns” opvang. AZL is een organisatie die de pensioenuitvoering voor 53 fondsen waaronder PFI verzorgt. Als een VO-ING- of VO-NN-lid na de beantwoording niet tevreden is, kan hij of zij dit via de secretaris van beide verenigingen kenbaar maken.

Medio oktober van dit jaar waren er bij het speciale team al een kleine 1.000 vragen binnengekomen. Bij de verenigingen en de pensioencommissie hebben we het over een beperkt aantal. Voor arbeidsongeschikte collega´s, waarbij de wijzigingen ook te maken hebben met de besluiten van de opeenvolgende kabinetten rondom WAO, Wia etc. is er voor die deelnemers een adviseur beschikbaar die uitgebreid en persoonlijk de wijzigingen kan toelichten. Dat wordt door ons zeer gewaardeerd. Wij verwachten dat dit ook voor de andere deelnemers geldt die ermee te maken krijgen.

De commissie Pensioenen is dus in detail geïnformeerd wat de aanpassingen zijn. Daarover is afgesproken dat we in december van dit jaar en in overleg met de besturen van VO-ING en VO-NN, ons oordeel bekend zullen maken. Dit project loopt dus nog wel even door. Wij zullen de leden via de bladen op de hoogte blijven houden.

Wim Evers, voorzitter commissie Pensioenen

UIT HET PFI-VERANTWOORDINGSORGAAN

PFI-deelnemers willen geen hoger risicoprofiel

In het PFI-jaarverslag van 2018 werd aangekondigd dat “in het kader van de heroriëntering op het beleidskader voor reëel sturen en de vijfjaarlijkse plicht om de risicohouding te toetsen, er in 2019 een nieuw deelnemersonderzoek naar de risicohouding zal gehouden worden.” Zie de tekst uit het jaarverslag hierbij.

Dit onderzoek heeft inmiddels plaatsgevonden. Elke pensioenfonds is wettelijk verplicht om de risicohouding van zijn deelnemers op te stellen en op te nemen in de fondsdocumenten. Het gaat dan uiteraard niet om de mening van elke individuele deelnemer, maar om de mening van groepen deelnemers. Vaststelling of wijziging van de risicohouding gebeurt met inspraak van het PFI-Verantwoordingsorgaan. Deze toetsing vindt elke vijf jaar plaats.


Eerste toets in 2014 Bij de financiële verzelfstandiging in 2014 is de eerste toets tot stand gekomen en de toetsing is weer in het voorjaar van dit jaar herhaald. De financiële risicohouding van de deelnemers is getoetst met een steekproef en interviews onder leiding van een extern bureau dat gespecialiseerd is in dit soort opdrachten. De deelnemers waren verdeeld in drie groepen gebaseerd op leeftijd en actieve werknemers vs. gepensioneerde.


Conclusie Op basis van de interviews is geconcludeerd dat de deelnemers niet veel zijn veranderd in hun risicohouding en dat de huidige financiële risicohouding van het fonds nog steeds goed overeenkomt met die van de deelnemers. Dit uit zich o.a. in uitspraken dat de deelnemers veel waarde hechten aan een zeker pensioen dat geïndexeerd wordt volgens afspraken. Meer risico nemen om bijvoorbeeld eventuele extra indexaties te kunnen uitvoeren, lijkt niet wenselijk op dit moment.


Rol van PFI-VO Wat is de rol van het Verantwoordingsorgaan van PFI (PFI-VO) bij het periodiek toetsen van de financiële risicohouding? Het toetsen van de financiële risicohouding hoort in samenspraak met het PFI-VO te worden gedaan. Het PFI-bestuur heeft het PFI-VO van tevoren geïnformeerd over het proces. Het PFI-VO heeft samen met het bestuur een presentatie gekregen van de uitkomsten van de interviews samen met een compilatie van de interviews. Het advies van het PFI-VO voor de volgende sessie is dat een kwantitatieve onderzoek naast de kwalitatieve gewenst zou zijn. Dit is om te voorkomen dat de mening van een bepaalde groep misschien te leidend zou kunnen zijn. Ook zouden de volgende keer de zogeheten ‘slapers’ moeten worden meegenomen.

Het PFI-VO kan zich vinden in de beslissingen van PFI op basis van de interviews en de conclusies. We staat dus achter de beslissingen om geen aanpassingen te doen in de financiële risicohouding op basis van deze toetsing.

Ron van Alphen, lid PFI-VO namens pensioengerechtigden NN Group als gewezen deelnemer


Uit het jaarverslag 2018 van het Pensioenfonds ING:


Reëel kader. Het Fonds heeft een reële dekkingsgraad die zich al enige tijd tussen de 95% en 99% beweegt. De vraag is opportuun hoe enerzijds de reële dekkingsgraad rond de 100% te behalen en te behouden is en anderzijds te borgen is dat ook in de toekomst de kans op toeslagen hoog blijft of zelfs groeit. Om dit te bewerkstelligen is het wenselijk om de focus op reële sturing voort te zetten die in 2017 is ingezet. Dit betekent het sturen op een indexatieresultaat van ten minste 80% (bij voorkeur 100%) en het voldoen aan een reële risiconorm. Aan de nominale risiconorm wordt op dit moment gezien de relatief hoge nominale dekkingsgraad ruimschoots voldaan en deze norm is daardoor een secundaire doelstelling geworden.

Het Bestuur heeft de taak om zich uit te spreken over de uitvoerbaarheid en evenwichtigheid van de ambitie in de zogenoemde aanvaarding. Om die reden heeft het Bestuur een aantal uitgangspunten geformuleerd. Naast de vragen naar de ideale buffergrootte en het optimale beleid om de indexatiezekerheid te vergroten, zal het Bestuur ook de indexatiestaffel opnieuw beoordelen in 2019 en bespreken met het VO en sociale partners.

Het Bestuur is van mening dat de bovenstaande visie aansluit op de conclusies uit het deelnemersonderzoek uit 2014. Hieruit kwam naar voren dat deelnemers in overwegende mate (88%) voorstander zijn van een beleid gericht op niet méér uitdelen dan de loon- en prijsindex en waarbij overschotten worden aangewend voor buffers en versterken van de zekerheid. Ook bleek bij vragen over het beleggingsbeleid, dat deelnemers consequent kiezen voor beleid dat zich richt op 100% indexatie en niet op méér (maar met hogere risico’s), noch op minder (met meer zekerheid voor de nominale aanspraken). In het kader van de heroriëntering op het beleidskader voor reëel sturen en de vijfjaarlijkse plicht om de risicohouding te toetsen, zal in 2019 een nieuw deelnemersonderzoek naar de risicohouding gehouden worden.

Klik hier voor het volledige jaarverslag.