COMMISSIE PENSIOENEN

Twee onderwerpen in de pensioenpan

Twee pensioenonderwerpen deze keer. Het eerste onderwerp gaat over de indexatie die Pensioenfonds ING (PFI) vanaf de start in 2014 heeft gegeven aan deelnemers. Daarbij wil ik opmerken dat voor 2014 er (deels) sprake was van onvoorwaardelijke indexatie en een zeer uitgebreide financieringsstructuur met de werkgevers. Na 2014 is dat er allemaal niet meer zo en is er sprake van voorwaardelijke indexatie en moet het fonds voor alles zijn eigen broek ophouden en is ook het beleggingsbeleid daarmee in lijn gebracht. Het tweede onderwerp gaat over de virtuele bijeenkomsten voor leden van VO-NN en VO-ING over de pensioenen. Ik wil graag PFI bedanken voor de input die zij beschikbaar wilden stellen voor het eerste onderwerp.

Indexatie

Er is geen onderwerp waarop de afgelopen jaren zo veel nadruk is komen te liggen als op de indexatie van pensioenen.

Wij hebben er zelfs een nieuwe partij aan overgehouden, namelijk 50 Plus. Deze partij was oorspronkelijk opgericht om de teruggang in koopkracht van de senioren op de politieke kaart te zetten. En wie herinnert zich niet de krantenkoppen over naderende kortingen van de pensioenen? Dat heeft er mede toe geleid dat er met vallen en opstaan uiteindelijk een nieuw pensioenstelsel in de maak is. In onderstaande tabel kun je zien hoe de indexatie van PFI zich de afgelopen jaren heeft verhouden tot de gemiddelde indexatie van alle Nederlandse Pensioenfondsen, en uiteraard is er sprake van een gemiddelde, waarbij de pensioenfondsen die niet indexeerden qua omvang groter zijn dan de pensioenfondsen die wel konden indexeren. De tabel begint in het jaar 2011 en toen was PFI nog niet gesloten en afhankelijk van bijdragen van de werkgever en werknemer. Vanaf 1 januari 2015 zijn de indexaties afkomstig van het huidige, gesloten pensioenfonds.

* = Uitkomst van CAO-afspraken met vakbonden.

  1. PF in NL is Pensioenfondsen in Nederland en een liggend streepje betekent géén indexatie.
  2. Vóór 2014 waren de werkgevers verantwoordelijk voor de financiering van de indexaties. Sinds de financiële onafhankelijkheid in 2014 heeft PFI ieder jaar volledig geïndexeerd.
  3. Prijsindex PFI is de zogenaamde afgeleide prijsindex PFI.
  4. De bron van de NL-pensioenfondsen als totaal is DNB.

Je kunt de conclusies wel zelf trekken en dan is het duidelijk dat deelnemers van PFI de waarde van hun pensioen veel meer dan gemiddeld hebben zien stijgen.

Virtuele bijeenkomsten “Pensioen en toen”

In de maand oktober zijn er vier virtuele bijeenkomsten gehouden met pensioen als onderwerp. Op het moment van schrijven van deze bijdrage zijn er twee achter de rug.

Elke bijeenkomst was er ruimte voor maximaal 20 deelnemers. Ik neem aan dat er in de nabije toekomst wel een evaluatie zal verschijnen van deze bijeenkomsten en bij een goed resultaat komen er wellicht volgend jaar nog meer van deze bijeenkomsten. In de bijeenkomsten kunnen de meeste vragen wel worden beantwoord, maar er zijn ook vragen die verdere navraag verdienen. Het leek me handig om niet alleen de vragensteller(s) het antwoord te geven, maar dat gewoon voor alle verenigingsleden beschikbaar te stellen. Dat wil ik doen voor de volgende twee vragen:

  • Hoeveel gesloten pensioenfondsen zijn er in Nederland? Het antwoord daarop is: 15 gesloten fondsen. Deze fondsen hebben in totaal 301.000 deelnemers (actief/slaper/gepensioneerd) en een belegd vermogen van samen € 44,9 miljard (alles per ultimo 2018). Veel fondsen zijn wel tamelijk klein: PFI maakt van dit vermogen van alle gesloten fondsen maar liefst 60% uit.
  • Wat is de gemiddelde leeftijd van de deelnemers van PFI die nog werkzaam zijn bij ING Bank of NN Group. Het antwoord daarop is 48,7 jaar.

(Wim Evers, voorzitter Pensioencommissie)

UIT HET VERANTWOORDINGSORGAAN

Wat staat er op de agenda van het PFI-VO?

Hier de belangrijkste actuele agendapunten van het Verantwoordingsorgaan van Pensioenfonds ING (PFI-VO).

Code Pensioenfondsen De Code draait om de drie functies van ‘goed pensioenfondsbestuur’: besturen, toezicht houden en verantwoording afleggen. De Code Pensioenfondsen bevat veel normen die gaan over gedrag en cultuur. In de Code Pensioenfondsen staat onder norm 30: “Het eigen functioneren is voor het VO een continu aandachtspunt. Het VO evalueert daarom met enige regelmaat het functioneren van het eigen orgaan.” Bij de Toelichting staat: “Bij de evaluatie komt aan de orde of het VO voldoende deskundig en divers is en of voldaan wordt aan het competentieprofiel. Ook de betrokkenheid van de leden van het VO, het gedrag en de cultuur binnen het VO en de relatie tussen het VO en het bestuur maken deel uit van de evaluatie.” Ook in 2020 werd dit geëvalueerd bij het PFI-VO. In 2018 is bij het vaststellen van de diverse rollen en taken binnen het PFI-VO afgesproken dat in 2020 een wijziging van de diverse rollen en taken binnen het PFI-VO zou gebeuren. Dat is nu gebeurd en diverse PFI-VO-leden hebben een andere rol en taak gekregen. Ook heeft er een evaluatiegesprek tussen het PFI-bestuur en het PFI-VO plaatsgevonden. Dit alles houdt ons scherp. Het ‘nieuwe’ pensioenstelsel Vakbonden, werkgevers en het kabinet hebben dan wel een akkoord bereikt over een nieuw pensioenstelsel, maar een akkoord is wat anders dan de (complexe) uitvoering. In de toekomst zal meer inzichtelijk worden wat nu de precieze gevolgen zijn op de vele aspecten van het akkoord. Het uitwerken van de details zal naar verwachting de komende jaren in beslag gaan nemen. De geplande ingangsdatum van de nieuwe wetgeving is uiterlijk 1 januari 2026. In de komende tijd houdt het PFI-bestuur samen met het PFI-VO de uitwerking nauwlettend in de gaten. Ook wat dat mogelijk betekent voor PFI. Het is nu nog te vroeg om hierover concrete uitspraken te doen. Het PFI-bestuur en het PFI-VO hebben regelmatig contact waarbij verschillende scenario’s besproken worden. Het PFI-VO zal ook hierbij de belangenafweging van de deelnemers centraal stellen. Communicatie In vorige edities is hier aangegeven dat het PFI-VO een positief advies gaf over het meerjarige communicatiebeleidsplan 2020-2023. Ook vertelde ik dat het PFI-VO zich conform zijn rol bezig houdt met de uitvoering van het meerjarig communicatiebeleidsplan en de vertaling naar het communicatiejaarplan 2020. Dit is nu in volle gang. Vanzelfsprekend spelen de onderwerpen corona, de (uitgestelde) indexaties en het (voorlopige) pensioenakkoord een rol. Eén van de speerpunten van het PFI-VO in 2020 is het project “Wij werken aan uw pensioen”. IJkpunten in de beoordeling daarvan zijn allereerst de vlekkeloze invoering per 1 juli 2020 en de communicatie hierover naar de deelnemers. Ook de ontwikkeling van de ondersteunende Pensioenplanner(s) krijgen aandacht: zijn deze tijdig gereed, functioneren ze zoals beoogd en zijn ze gebruikersvriendelijk? Nog een speerpunt betreft de digitalisering/digitale versnelling. Dit gaat over de dienstverlening naar de deelnemers met als specifiek aandachtspunt van het PFI-VO: wordt iedere deelnemer bereikt en als laatste de al eerder genoemde uitvoering van het meerjarig communicatiebeleidsplan en de vertaling naar een communicatiejaarplan. Het project “Wij werken aan uw pensioen” maakt meer digitalisering van de dienstverlening van PFI mogelijk, en daarmee meer efficiëntie. De nieuwe pensioenplanner is inmiddels actueel en zal verder worden doorontwikkeld. Het PFI-VO ziet erop toe dat ook deze berekeningstools voldoen aan de begrippen: ik kan erop bouwen; ik word op de hoogte gebracht; het betreft onze toekomst; ik kan zelf actief aan de slag en ik begrijp waarover het gaat. Het Pensioenfonds wil deelnemers zoveel mogelijk digitaal bedienen. Omdat het Fonds vooralsnog lang niet alle deelnemers digitaal kan bereiken, zullen printmiddelen een belangrijke bijdrage moeten leveren. Het PFI-VO ziet erop toe dat iedere deelnemer zo veel mogelijk bereikt zal worden, maar dat digitale bediening grote voordelen heeft. Ron van Alphen, lid PFI-VO namens pensioengerechtigden NN Group als gewezen deelnemer