COMMISSIE SOCIAAL ECONOMISCHE BELANGEN

Kijken naar de rendementen van PFI

Eerder is hier al eens verwezen naar Pensioenfonds ING (PFI) als een zogeheten gesloten fonds. Dat betekent dat het geld dat nodig is om aan de (toekomstige) verplichtingen te kunnen voldoen, moet komen uit de opbrengsten van de beleggingen die het fonds doet.

Vanzelfsprekend is het zo dat beleggen risico’s met zich meebrengt. Dat is dan ook de reden dat de besturen van pensioenfondsen niet uitsluitend focussen op een hoog rendement, maar ook rekening moeten houden met rente- en inflatieontwikkelingen en de onzekerheid van niet voorziene economische gevolgen. Denk daarbij maar aan de financiële crisis van 2008 en de huidige Corona-crisis. Met dank aan PFI voor hun bijdrage aan dit onderwerp, staat hieronder een kort inzicht van de rendementen van de jaren 2007 tot en met 2020. Deze zijn ontleend aan een onderzoek van First Pensions. Kijkend naar de prestaties van de 50 grootste pensioenfondsen staat het PFI met een gemiddeld rendement op beleggingen op plaats 14 en als we kijken naar de gemiddelde stijging van de pensioenverplichtingen op plaats 18. Het resultaat van de beleggingen minus de stijging van de verplichtingen geeft het zogeheten relatieve rendement weer. Een saldo van 0 betekent dat de opbrengsten van de beleggingen gelijke tred hebben gehouden met de pensioenverplichtingen. PFI komt met een negatief saldo van -/-1,0 uit op een gedeelde 12e plaats. Hierbij moet ik wel aantekenen PFI in de jaren 2007 tot en met 2013 ook nog gevoed werd met de premies van werkgevers en werknemers en dat dit sinds 2014 niet meer het geval is. Tenslotte is er in vakjargon sprake van een “oud” fonds wat wil zeggen dat van de samenstelling van het deelnemersbestand het aantal deelnemers dat al met pensioen is gegaan dermate groot is, dat dit meeweegt in de mate waarin risico kan worden gelopen bij het beleggen in bijvoorbeeld zakelijke waarden (aandelen, vastgoed etc.). Om nog wat specifiek in te gaan op de beleggingen en de beheersing van rente- en inflatierisico’s het volgende overzicht van het beleggingsbeleid van PFI:

Niet alle lezers zullen exact op de hoogte zijn van de begrippen in het schema, daarom hieronder de uitwerking van de begrippen, met excuses als het te technisch wordt. Noot 1: Matchingportefeuille. Het doel van de matchingportefeuille is gericht op het behalen van het benodigde rendement voor de financiering van de (nominale en reële) pensioenverplichtingen. Dit verandert namelijk als gevolg van de rente: hoe lager de rente, hoe hoger de pensioenverplichtingen. Dat laatste is duidelijk te zien in de ontwikkeling van o.a. de beleidsdekkingsgraad in 2019 (en zeker ook in dit jaar). Met het beleggen in de matchingportefeuille kan de dekkingsgraad deels worden gestabiliseerd door te beleggen in vastrentende waarden zoals staats- en bedrijfsobligaties. Kenmerk van vastrentende waarden is een vaste rente gedurende de looptijd en een laag risicoprofiel. Noot 2: Returnportefeuille. Het doel van de returnportefeuille is gericht op het behalen van voldoende rendement om de (toekomstige) verhoging van de pensioenen te realiseren, zodat het pensioen zijn koopkracht kan behouden. Tot de returnportefeuille behoren overige vastrentende waarde, aandelen, vastgoed en overige beleggingen. Noot 3: Renteafdekking. Afdekking van renterisico vermindert de rentegevoeligheid van kapitaal gedekte pensioenen. Noot 4: Inflatieafdekking. De inflatieafdekking biedt bescherming tegen onverwacht oplopende inflatie. Hiertoe belegt het fonds in inflatiegerelateerde staatsobligaties. Samen met de beleggingen in de Returnportefeuille moet dit het fonds in staat stellen de indexatieambitie waar te maken. De inflatieafdekking bedraagt nu 35%. De keuze om deze afdekking verder uit te breiden hangt af van de inflatieverwachtingen en van de financiële positie van het fonds. Inflatie gerelateerde obligaties blijven een belangrijke rol spelen voor fondsen die een expliciete indexatie-ambitie hebben. Samenvattend kunnen we volgens mij stellen dat het bestuur van het PFI een nauwkeurig beleid vormt met een behoorlijke omvang van de risicomijdende beleggingen en een verantwoord deel van de beleggingen met een iets hoger risicoprofiel. Daarbij houdt ze rekening met zowel de risico's van de renteontwikkelingen als die van de inflatieverwachting. Dat alles om de voorwaardelijke indexaties te kunnen blijven uitkeren aan alle deelnemers van het PFI. (Wim Evers)

COMMISSIE SOCIAAL ECONOMISCHE BELANGEN

Hoe vitaal zijn we eigenlijk digitaal?

Als oud-medewerkers van een financiële instelling weten we natuurlijk alles over beveiliging van onze privé- en zakelijke gegevens. Alle verontrustende berichten over het stelen van gegevensbestanden en digitale fraude doen ons niets, wij zijn voorbereid. Maar hoe vitaal zijn we eigenlijk op digitaal gebied?

Op landelijk niveau is er sinds 2012 een Nationaal Cyber Security Centrum, een publiek-private Nederlandse organisatie die de weerbaarheid van de Nederlandse samenleving in het digitale domein probeert te vergroten. Dit om een veilige, open en stabiele informatiesamenleving te creëren. Daartoe is een meldpunt voor cyber-incidenten ingericht en wordt onderzoek gedaan naar crisis- en risicomanagement, naar sociale aspecten van cybersecurity en natuurlijk ook naar technologische innovaties en cybersecurity. Veilig internetten Maar ook op particulier gebied is digitale veiligheid een belangrijk onderwerp. Meerdere organisaties en vertegenwoordigers van consumenten profileren zich als vraagbaak voor het individu. Zo organiseert seniorweb online webinars over veiligheid & privacy voor tips over online winkelen, veilig bankieren, apparaat beveiliging, veilig internetten buiten de deur en het gebruik van wachtwoorden. We willen tenslotte online winkelen, bankieren en naar informatie zoeken, zonder last te hebben van nepmails, onduidelijke webshops of online risico’s om onze identiteit prijs te geven en we willen daarbij gebruik kunnen maken van een goed beveiligde computer, tablet en/of smartphone. Risico’s Maar waar liggen die risico’s en hoe zorgen we ervoor dat we daarop zijn voorbereid? Virussen, ransomware, phishing, wat weten we eigenlijk over online veiligheid en privacy? Wat doet een hacker eigenlijk en wanneer hebben we daar als individu last van? Moeten we ons zorgen maken over het stelen van data-bestanden met persoonlijke informatie? Bij de afdeling fraude van de politie komen alle aangiftes langs: helpdeskfraude, bankhelpfraude, internetoplichting, spookfacturen, babbeltruc, beleggingsfraude, fraude met betaalproducten, identiteitsfraude, zorgfraude en dergelijke. Op de sites van de Consumentenbond en de fraudehelpdesk kan iedereen alles vinden over het beschermen van apparaten en gegevens en over de grootste oplichtingstrucs en digitale gevaren, maar hierbij alvast een aantal voorbeelden: 1. Een ongebruikelijk telefoontje Via ‘spoofing’ kan iemand op je telefoonscherm een ander nummer laten zien dan het nummer waarmee een beller eigenlijk belt. Maak dus nooit op basis van een telefoontje of tekstbericht geld over en geef nooit gegevens af maar zeg dat u zelf zult terugbellen/reageren. 2. Een valse e-mail Valse e-mails zijn lastig te herkennen. De ‘look & feel’ van vertrouwde sites zijn eenvoudig te kopiëren met verleidelijke opties om op de betreffende site een actieve link aan te klikken. Een link kan ‘onder water’ ergens anders naartoe leiden dan wordt gesuggereerd. Dat wordt meteen duidelijk door met de muis boven de link te gaan hangen. 3. Een vreemd bericht Ook via de app kunnen foto’s en informatie over familierelaties en hoe mensen elkaar aanspreken van sociale media zijn gehaald. Maak dus nooit geld over op basis van een app of mail alleen en kan uw ‘familielid’ niet bellen maar wel appen? Vraag dan een gesproken berichtje te sturen. Zo kunt u horen of u werkelijk met hem of haar te maken heeft. Maak afspraken over hoe u elkaar als familie benadert, mocht zich een noodsituatie voordoen. Gebruik daarbij altijd een vorm van live contact. (Hendrik Jan Bot, namens de commissie SEB)

UIT HET VO-PFI

Andere klachten- en geschillenregeling PFI

En het nieuwe jaarplan van het VO

Het VO (waaraan het bestuur van PFI verantwoording aflegt over het beleid) gaf advies over de klachten- en geschillenregeling en rondde het eigen jaarplan voor 2021 af.

Eerder dit jaar diende bestuur van de Pensioenfonds ING (PFI) een adviesaanvraag in bij het Verantwoordingsorgaan van PFI (VO) over de wijziging van de klachten- en geschillenregeling van het fonds. Voorheen werden die juridisch verwerkt door AZL. Voortaan behandelt PFI ze zelf. De verwachting is dat hierdoor sneller en beter kan worden gereageerd naar de desbetreffende deelnemers. Ook kan beter worden ingespeeld om dezelfde klachten en geschillen in de toekomst te voorkomen. Meer informatie staat op de PFI-website. Jaarplan 2021 van het VO Het jaarplan 2021 van het Verantwoordingsorgaan is gereed. Hier de belangrijkste zaken. Prioriteit krijgen de gevolgen van de pandemie voor de financiële situatie van PFI. Daarbij zijn de volgende aspecten belangrijk:

  • Ontwikkeling van dekkingsgraad.
  • Grootste financiële risico’s van PFI op dit moment.
  • Impact op risicolimieten en eventuele andere limieten.

Pensioenakkoord Daarnaast gaat veel aandacht uit naar het pensioenakkoord en de gevolgen daarvan voor PFI. Het pensioenakkoord kan een grote impact hebben op het fonds, zowel financieel als operationeel. Daarom is het ook belangrijk dat goed wordt bewaakt wat de status is van de voorbereidingen door PFI. Enkele aandachtspunten daarbij zijn:

  • Strategische oriëntatie van het fonds: wat is de ambitie van het Fonds en hoe maken we het Fonds toekomstbestendig?
  • Aanpak en insteek van de overleggen van het Fonds met de sociale partners.
  • De mate waarin het Fonds regie voert over dit onderwerp ondermeer door het ontwikkelen van verschillende scenario’s met een duidelijk inzicht in de voor- en nadelen van de verschillende scenario’s.
  • Vanuit de verschillende scenario’s de impact voor de verschillende generaties helder maken.

Basisthema’s Naast deze prioriteiten let het VO op meer onderdelen van het PFI-beleid, zoals op de afronding van het project ‘Wij werken aan uw pensioen’. We houden de ontwikkeling in de gaten van de ondersteunende Pensioenplanner. Deze moet functioneren en tijdig gereed en gebruikersvriendelijk zijn. Ook moet de aansluiting bij de CDC Pensioenplanner worden gemonitord. Een ander thema is de aandacht van het VO voor hoe PFI met het pensioenakkoord omgaat. En ook is er de aandacht voor digitalisering en de digitale versnelling. Dit betreft de dienstverlening richting de deelnemers waarbij we kijken of iedere deelnemer in de communicatie wel wordt bereikt. (Ron van Alphen)

PFI-NIEUWS

Helft PFI-deelnemers heeft zorgen over pensioenstelsel

De helft van de deelnemers aan Pensioenfonds ING (PFI) maakt zich zorgen over het nieuwe pensioenstelsel in relatie tot het eigen PFI-pensioen. Daar staat tegenover dat een bijna even grote groep er alle vertrouwen in heeft óf er helemaal niet mee bezig is. Dat blijkt uit de poll die PFI over het nieuwe pensioenstelsel organiseerde. Deze poll werd door bijna 300 deelnemers ingevuld. “PFI volgt de ontwikkelingen nauwlettend. We staan daarbij in contact met partijen als de Pensioenfederatie. We willen zoveel mogelijk opties open houden om kansen voor u als deelnemers van ons Fonds te kunnen benutten”, aldus PFI in een reactie op de eigen website. Klik hier voor meer PFI-nieuws en hier voor de digitale pensioenkrant.