Trouwen op het werk

Waar mannen en vrouwen samen zijn ontstaat vaak liefde, ook op kantoor, niet alleen vandaag de dag, maar zeker ook in het verleden, en natuurlijk ook bij de rechtsvoorgangers van Nationale-Nederlanden.

In de diverse personeelsbladen werden in de rubriek ‘Personalia’ naast in- en uitdiensttreding, ook jubilea, huwelijken en geboortes gemeld. Speciale aandacht werd besteed aan een ‘NN-huwelijk’ zoals dat bij Nationale-Nederlanden werd genoemd. Zo trouwde in juni 1968 een ‘collegiaal koppel’, het tweede koppel dat jaar! In 2N werd een foto van het bruidspaar geplaatst met als kop van het artikel: ‘Weer een NN-huwelijk’. Ook was het personeelsblad soms een gelegenheid voor een bruidspaar om directie en collega’s te bedanken voor alle gelukwensen en cadeaus. We weten dat er vanuit de organisatie vaak een cadeau werd gegeven en in het geval van De Nederlanden van 1845 en RVS waren dat lepeltjes. Vanaf 1933 konden medewerkers van De Nederlanden van 1845 bij hun huwelijk kiezen tussen een doos met theelepels of een ‘flinke bos bloemen’. Die laatste werd al veel langer gegeven. Men verwachtte overigens dat een etui met twaalf theelepels niet tot veel enthousiasme bij de medewerkers zou leiden, daarom moest benadrukt worden dat het zilveren lepels waren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren de lepels tijdelijk niet verkrijgbaar, maar vanaf 1950 gelukkig wel weer, ze werden toch populair. Want na jaren van discussie konden eindelijk ook niet getrouwde vrouwelijke medewerkers een etui krijgen, zij het bij hun 25-jarig jubileum (over de heren werd niet gesproken). Ook bij de RVS bestond de traditie van lepeltjes bij het trouwen. Omdat er toch wel vaak werd getrouwd met een collega kregen man en vrouw dan een doos lepels en een doos gebaksvorkjes. Want 24 theelepels was wel heel veel van het goede… Meer weten: History@nn-group.com. (Ingrid Elferink, Specialist History NN Group)

image
image
image
image
image

Jouw trouwlepels

Op onze oproep om een foto te sturen van de eigen trouwlepels, ontvingen we twee inzendingen.

Lepels herinneren Henk van der Star aan een gesprek met Paul Nouwen.

De lepels van De Nederlanden van 1845 van Cees en Cora Tiemens.

Naast Paul Nouwen

Ter gelegenheid van zijn 1e huwelijk op 4 mei 1971 ontvingen Hans van der Star en zijn echtgenote een cassette met twaalf zilveren theelepels. Hans; “Ik zie dat er nog maar elf over zijn. Een speciale herinnering heb ik daar niet aan maar wel aan onze ondertrouwdatum op 30 maart daarvoor. Op die dag was de afsluiting van de opleiding tot adjunct-inspecteur Levensverzekeringen. Je werd die dag verwacht met vrouw of aanstaande. De heren – dames waren er nog niet voor de opleiding – hadden een afsluitende opleidingsochtend en de dames een eigen programma. Na afloop volgde er een gezamenlijke lunch. Ik had netjes gemeld dat wij die ochtend iets later zouden zijn in verband met onze ondertrouw. Tijdens de lunch zat ik naast Paul Nouwen, de toenmalige directeur Buitendienst. Wij kregen van de altijd attente Paul Nouwen een klein cadeau voor onze ondertrouw en tijdens de lunch vroeg hij me: ‘Hoe gaat dat nu, zo'n ondertrouw?’ Ik dacht: ‘Hou je moeder voor de gek’, maar dat zeg je niet tegen iemand die ruim 50 procent ouder was en bovendien de directeur. Netjes uitgelegd dus. Achteraf bleek dat hij zelf nog voor zijn eerste huwelijk stond en dat hij een voor hem heel reële vraag stelde. Het contact met Paul is altijd gebleven en ruim veertien jaar geleden bij mijn huwelijk met mijn huidige vrouw ontving ik een uitgebreide brief van hem. Eén van mijn nieuwe schoonzusters was in zijn tijd bij de ANWB zijn secretaresse…”

Lepels van De Nederlanden van 1845

Kees en Cora Tiemens waren werkzaam bij Fatum en NN, afdeling Motorrijtuigen. Later werkten ze bij het Secretariaat Technische Buitendienst van NN. Zij laten weten: “In juni 1967 ontvingen wij ter gelegenheid van ons huwelijk als cadeau een twaalftal lepeltjes met het embleem van ‘Je Maintiendrai 1845’. De lepeltjes ontvingen wij onder het genot van een kopje koffie uit handen van de toenmalige directeur van Fatum, Mr. Jaap van Rijn. Mijn vrouw werkte indertijd bij Effatha, instituut voor dove kinderen, in Voorburg. En de heer Van Rijn vertelde toen dat hij regelmatig vanuit Katwijk dove kinderen naar het instituut Effatha bracht met de auto, voordat hij naar zijn werk ging bij Fatum aan het Verhulstplein te Den Haag.”