Schadeafhandeling van hurricane Luis

In 1995 moest de Technische Buitendienst naar Sint-Maarten

Vrijdag 8 september 1995, 10.00 uur ’s morgens. De telefoon op mijn bureau op de Staf Technische Buitendienst ging en het was Joop Kluin, directeur Technische Buitendienst: “Zondag ga je met Niek Weel (hoofdexpert vast- en roerendgoed) naar Sint-Maarten en jullie gaan inventariseren hoeveel mankracht er nodig is om de schades, als gevolg van de hurricane Luis, te regelen”.

Enkele dagen ervoor, op 5 september had een verwoestende orkaan, categorie vier, huisgehouden in het Caraïbisch gebied en met name Sint-Maarten zwaar getroffen. De beelden die hierover op televisie werden uitgezonden, spraken boekdelen. Nationale-Nederlanden had, via dochteronderneming ING-Fatum, een grote portefeuille in dit gebied. Na het in allerijl regelen van de benodigde zaken, vlogen we op zondag 10 september met de KLM richting Curaçao. Intussen had expert computer & electronica Wim de Ruijter zich bij ons gevoegd. Hij had kort daarvoor de hele installatie van Lands Radio (Telecom maatschappij op Sint Maarten) geïnspecteerd en die bleek grotendeels verwoest te zijn. Ook Ruud Cramer van de Bogaart, directeur schade van ING Fatum, die toevallig in Nederland was, vloog met ons mee. Vernietiging Op maandag 11 september vlogen we met een noodvlucht van de ALM door naar Sint- Maarten en wat tijdens de landing al opviel was de ongelooflijke schade op het eiland. Huizen zonder daken, zeiljachten die rijen dik de wal op waren geblazen, omver gewaaide lantaarnpalen, kale palmbomen. Wat ook opviel toen we van het vliegveld onderweg waren naar het kantoor van ING Fatum, was de stank van verrot eten en de apathische blik van de mensen die niet wisten waar te beginnen met opruimen. Later sprak ik iemand die de storm van begin tot eind (vijftien uur) had meegemaakt, die zei: “Toen ik weer buiten kwam leek het wel of er een atoombom was gevallen”. Kortom: “Totale vernietiging.”

image

In mijn geïmproviseerde kantoortje schaderegelingsopdrachten aan het verwerken.

Herstel van het ING-Fatum-kantoor (NN).

Gebouw van een bij NN verzekerde groothandel totaal vernield.

Immense klus Na kennismaking met de collega’s van ING Fatum gingen Niek, Wim en ik met een auto een ronde maken over het Nederlandse deel van het eiland om te kijken hoe erg de situatie was. We gingen in overleg met de lokale collega’s over hoe we het logistiek en administratief zouden aanpakken en creëerden een databank om alles goed vast te kunnen leggen. In het appartementsgebouw Atrium, waar we onderdak hadden gevonden, huurden we ook een appartement dat als kantoor werd ingericht. Van daaruit werd het hele administratie- en verdeelproces van de schaderegelingsopdrachten geregeld, zodat de collega’s van ING-Fatum zich daar niet mee behoefden bezig te houden. De volgende dag, dinsdag, werden in Nederland een tiental experts vast- en roerend goed en een expert bedrijfsschade geselecteerd die op woensdag al naar Sint-Maarten werden gevlogen. Op donderdag begonnen zij direct aan de immense klus om de schades op het eiland te gaan regelen. Het werd een avontuur op zich, waarover ik toen een heel boek heb geschreven. Experts Al met al werden er zeventien experts uit Nederland, vijf uit Amerika en twee uit Curaçao ingezet. Ik kreeg op Sint-Maarten assistentie van een lokale medewerkster en de binnendienst van ING-Fatum kreeg hulp van een ervaren schadecorrespondent uit Nederland. Samen regelden wij zo’n 1.700 schades, variërend van enkele honderden tot miljoenen Nafl’s (Antilliaanse guldens). Begin november was het meeste werk gedaan en was de grootste groep experts terug in Nederland. Op 11 november 1995, de feestdag “Sinte Maarten” kwamen de laatste twee terug en was de gigantische klus geklaard. (Cees van Lochem, voormalig teammanager STB)

Verwoest dorp.