Commissie Pensioenen

Ons pensioen onder de Wet toekomst pensioenen (Wtp) bij PFI

In het vorige magazine hebben wij als Pensioencommissie van VO-NN en VO-ING een samenvatting gegeven over de voorstellen in de transitieplannen voor de verschillende pensioenfondsen betrokken bij ING of NN. Voor het grootste fonds, Pensioenfonds ING (PFI) schreef ik letterlijk: “Het enige waar wij als Pensioencommissie nog niet van overtuigd zijn, is of de spreidingsfactor van 20 jaar de juiste is. Dit is nog steeds onderwerp van discussie, want het verantwoordingsorgaan van PFI en DNB vragen diezelfde onderbouwing.” Intussen is dit een stap verder gekomen.

PFI heeft aangegeven dat er deze zomer nieuwe berekeningen worden gemaakt met een spreidingsfactor van 10 jaar. Wij zijn blij met deze actie. Als dat alsnog wijzigt, betekent dit dat de oudere gepensioneerden alsnog iets meer pensioen zullen krijgen. Uiteraard zal dat ten koste gaan van wat de jongeren krijgen, want er is exact evenveel te verdelen. Dus wat de een meer krijgt, krijgen anderen minder.
Wij zijn van mening dat ook met de spreidingsfactor van 10 jaar de jongeren nog steeds voldoende meer krijgen om toekomstige risico’s op te vangen. Zeker ook omdat we een gesloten fonds zijn. Dit betekent dat alles wat de ouderen bij overlijden nog in hun potje hebbennaar de jongeren gaat.
Hieronder staat een tekening die wij ook tijdens het hoorrecht in ons oordeel hebben gezet (zie pagina 76 en 48 van de transitieplannen van ING en NN).

NN BELANG grafiek

In de tekening is duidelijk te zien dat bij 10 jaar (groen) jongeren wat minder krijgen en ouderen voorbij de pensioenleeftijd wat meer. Ook is duidelijk te zien dat íedereen meer krijgt dan nu. De jongeren krijgen meer eigen pensioenvermogen en ouderen krijgen een hoger pensioen.
Behalve die eigen potjes is het goed te weten dat er bovenop die staafjes in de grafiek ook nog de 10% solidariteitsreserve is, plus nog wat kleine reserves.
Grofweg zie je dan dat voor de groep tot en met 70 jaar iedereen 30 procent extra krijgt en als je dan die 10 procent daarbij optelt, kom je ongeveer op de 140 procent dekkingsgraad van nu. De grafiek is gemaakt door ons als Pensioencommissie. Wij zijn geen actuarieel bureau, dus u mag niet te veel waarde hechten aan de exacte cijfers. Uiteraard zal de berekening die deze zomer door Ortec wordt gemaakt helemaal kloppen en niet meer “ongeveer” zijn.
Voor de ouderen geldt dat die optelling niet uitkomt op 140 procent, maar die zouden zonder deze wetswijziging ook nooit die 140 procent krijgen. Voor hun geldt dat extra verhoging van het pensioen onder het huidige Financiële Toetsingskader (FTK) en de huidige belastingregels nooit meer kan zijn dan de afgeleide CPI-index van het CBS, met een maximum van 3 procent. Voor ouderen met een pensioen van ING is het invaren echt positief. Of, algemener gezegd: voor ouderen met een pensioen van een fonds met een hoge dekkingsgraad is (eenmalig) invaren fantastisch.
Graag sluit ik af met de opmerking dat door de hoge dekkingsgraad van PFI dit allemaal wel luxe problemen zijn.
Peter de Bruijne, namens de Pensioencommissie

BELANG VO PFI EsterGrondijs

Uit het VO-PFI

Was/wordt-lijsten:
waar gaan we naartoe?

Tijdens mijn vroege carrière bij de NMB Bank kwam ik in aanraking met “was/wordt-lijsten”. Elk kwartaal werd de accountmanager van een zakelijke portefeuille geacht om zijn/haar hele klantenportefeuille door te nemen op de berekende facturering en zo nodig te corrigeren op provisies. Dit gebeurde aan de hand van aangeleverdedoorlopende computerlijsten in zigzagpatroon uit de matrixprinter, ook wel continupapier of “groenvoer” (vanwege de groene lijntjes) genoemd. Op de “was/wordt-lijst” werden zowel de door de computer berekende provisies als de gewenste correcties nauwkeurig genoteerd, waarna de lijst doorging naar de afdeling Automatisering – zoals deze toen nog heette.

Superen
Deze activiteit van (vooral) majoreren, het meer toekennen, en minoreren, het minder toekennen van kosten werd “superen” genoemd. Op het superen stond een deadline, dus toen ik het dikke pakket lijsten de eerste keer een beetje onderop mijn stapeltje had laten liggen, werd mij bozig gevraagd waar mijn was/wordt-lijst was. Waar had de goede man het over? Wasworst? Wasbord? Kennelijk belangrijk, maar ik had geen flauw idee.
Deze herinnering kwam boven toen het bestuur van Pensioenfonds ING ons – en later ook de Pensioencommissie van onze vereniging - een overzicht presenteerde van de komende transitie naar het nieuwe pensioenstelsel. Links op het overzicht: de huidige pensioensituatie. Rechts: het toekomstbeeld, zodra het fonds gaat ‘invaren’. Op deze wijze kan het bestuur goed overzien hoe iets wat was, wordt. Veel onderdelen van de pensioenregeling blijven overigens ongewijzigd. De meest bekende “wordt” is dat de jaarlijkse aanpassing van zowel het ouderdoms- als het partnerpensioen meebeweegt met de beleggingsrendementen, mét een solidariteitsreserve én een mechanisme om rendementen over meerdere jaren te spreiden, zodat financiële schokken worden opgevangen.

Ongehuwdenouderdomspensioen
Het overzicht bracht ook het ongehuwdenpensioen onder de aandacht – een regeling die geldt voor ca. 25% van onze deelnemers en waar ik eerlijk gezegd nooit zo bij stil had gestaan, ook al staat hij keurig vermeld op mijn UPO. De AOW kent een vergelijkbare voorziening voor alleenstaanden. De “was”-regeling voor het ongehuwdenpensioen bij PFI luidt als volgt: heb je op je pensioendatum geen partner, dan ontvang je naast je ouderdomspensioen ook een ongehuwdenpensioen. Mocht je partner je ontvallen na je pensioendatum (door overlijden of scheiding) dan ontvang je vanaf de daaropvolgende maand ongehuwdenpensioen bovenop je ouderdomspensioen. Andersom geldt ook: een nieuwe partner laat het ongehuwdenpensioen weer vervallen.
Binnen het nieuwe pensioenstelsel blijkt deze regeling lastig toepasbaar. Toch vertegenwoordigt de aanspraak wel degelijk een waarde, althans voor degenen die er aanspraak op maken en met of tijdens pensionering partnerloos zijn of geraken. Actuarieel gezien kan men dit collectief oplossen door een compensatie aan ieders pensioenpot toe te voegen, ongehuwd of niet. Echter, op individueel niveau voelt deze oplossing toch als majoreren voor de gehuwden en minoreren voor de ongehuwden. Kortom, een lastige beleidsafweging voor de samenstellers van de nieuwe pensioenregeling.
(Esther Grondijs, lid Verantwoordingsorgaan Pensioenfonds ING, esther.grondijs@pfing.nl, verantwoordingsorgaan@pfing.nl)

NN BELANG Verkiezing

PFI-nieuws

Start inschrijving kandidaten verkiezing VO-PFI 2026

In het voorjaar van 2026 worden er weer verkiezingen georganiseerd voor leden voor het VO-PFI, het Verantwoordingsorgaan van Pensioenfonds ING. Deelnemers van het fonds kunnen dan stemmen op kandidaten voor het VO-PFI. Dit najaar start PFI met de werving van kandidaten. Wie geïnteresseerd is om zichzelf kandidaat te stellen, kan zich opgeven.
Op woensdag 29 oktober 2026 van 16:00 uur tot 17:00 uur, organiseert PFI een webinar over het VO-PFI, de rol en taken van een VO-PFI-lid en de tijdsbesteding. Zittende leden komen dan ook aan het woord.

Top-tien beste landen om met pensioen te gaan

De PFI-website publiceert het onderzoek van het blad International Living naar de beste landen om (vervroegd) met pensioen te gaan. De index meet op de kwaliteit van de gezondheidszorg, wonen, cultuur, klimaat, levenskwaliteit en kosten van levensonderhoud in alle landen ter wereld. Welke landen zitten er in de top-vier?
Panama is volgens deze index het beste land om met pensioen te gaan: het land biedt kortingen voor buitenlandse gepensioneerden op medische zorg, transport, restaurants en nutsvoorzieningen.
Portugal staat op nummer twee: een mild klimaat, lage kosten voor levensonderhoud en een uitstekende levenskwaliteit. Gepensioneerden genieten tien jaar lang belastingvoordeel op inkomsten uit het buitenland.
Spanje staat op nummer drie. Spanje heeft een aangenaam klimaat en het is er relatief goedkoop. De Spaanse gezondheidszorg is een van de beste ter wereld.
En op de vierde plaats: Frankrijk: een hoge levenskwaliteit, uitstekende gezondheidszorg en veel verschillende woonkeuzes (stad of platteland). Verder zijn er uitgebreide sociale voorzieningen.