Pensioencommissie
VO-PFI VERKIEZINGSUITSLAG
Verantwoordingsorgaan vernieuwt zich

Met een opkomst van gemiddeld 15% kozen deelnemers van Pensioenfonds ING (PFI) hun favoriete kandidaten voor het nieuwe Verantwoordingsorgaan Pensioenfonds ING (VO-PFI).

Van 7 april t/m 26 april 2026 vonden er verkiezingen plaats voor het nieuwe Verantwoordingsorgaan (VO-PFI) van PFI dat per 1 juli 2026 van start is gegaan. Alle deelnemers van het Fonds ontvingen begin dit jaar per brief of e-mail de link naar de speciale verkiezingswebsite om de kandidaten te bekijken en om te stemmen. In het eerste Magazine van dit jaar hebben we de kandidaten voorgesteld die op voordracht van VO-ING en VO-NN hebben deelgenomen aan deze verkiezingen.

Verdeling van de 10 zetels nu na de verkiezingen
Op basis van de uitgebrachte stemmen en de (her)benoeming van VO-PFI-leden namens de werkgevers nemen de volgende deelnemers zitting in het nieuwe VO-PFI dat per 1 juli van start ging:

Namens deelnemers in dienst van ING/NN:

  • Jenny Drost (ING)
  • Tom de Jonge (NN)

Namens pensioengerechtigden/Deelnemers uit dienst ING/NN:

  • Saskia Geraeds (Pensioengerechtigde)
  • Esther Grondijs (Pensioengerechtigde, tevens huidig lid)
  • Annelies Hart (Pensioengerechtigde)
  • Cindy Lo-A-Tjong (Gewezen deelnemer)
  • José Schoel (Pensioengerechtigde, tevens huidig lid)
  • Mirella Visser (Gewezen deelnemer, tevens huidig lid)
  • Namens werkgevers:
  • Remco Brand (ING, tevens huidig lid)
  • Paul Lahaije (NN)

Door ons voorgedragen kandidaten
Als verenigingen van oud-medewerkers zijn wij blij dat vier van onze voorgedragen kandidaten zijn verkozen in het nieuwe Verantwoordingsorgaan. Zonder de andere kandidaten tekort te doen, willen wij toch Saskia Geraeds, Esther Grondijs, Annelies Hart en José Schoel feliciteren met hun verkiezing.
Esther en José zaten al in het VO en gaan voor een nieuwe termijn van vier jaar. Voor Saskia en Annelies wordt dit hun eerste termijn. Uiteraard wensen wij ze veel succes en wijsheid toe in deze voor onze vereniging zo belangrijke rol!
(Peter Barneveld namens de Pensioencommissie)

Het VO-PFI in het kort
Het bestuur van PFI legt verantwoording af aan het VO-PFI. In het VO-PFI behartigen de (oud-) collega's ook onze pensioenbelangen.
Het verantwoordingsorgaan oordeelt of het bestuur goed gehandeld heeft, of genomen besluiten passen binnen het beleid en of alle belangen hierin zorgvuldig en evenwichtig zijn afgewogen. Het VO-PFI geeft verder een oordeel over het beleid en over de beleidskeuzes voor de toekomst.
Het verantwoordingsorgaan adviseert over bijvoorbeeld het communicatiebeleid, de vorm en de inrichting van het intern toezicht en het beloningsbeleid van PFI. Het kan ook ongevraagd advies uitbrengen. Bovendien heeft het VO-PFI verzwaard adviesrecht bij de overgang van PFI naar het nieuwe pensioenstelsel. Het oordeel van het verantwoordingsorgaan staat elk jaar in het jaarverslag van PFI.
(PB)

Wat vinden de leden van VO-PFI
De nieuw gekozen leden voor het VO-PFI hebben we om een korte reactie gevraagd op hun verkiezing en waarop ze hun aandacht willen gaan richten.
CINDY LO-A-TJONG reageerde als eerste met: "Ik was blij verrast dat ik ben gekozen. Voor de komende periode wil ik vooral aandacht geven aan de communicatie rondom de nieuwe pensioenregeling."
En ANNELIES HART reageerde met "Ik was super verrast dat ik was gekozen voor het VO van PFI. Mijn aandacht zal in eerste instantie gericht zijn op de invaring in het nieuwe stelsel komend jaar en de communicatie naar de deelnemers."
JENNY DROST reageerde met: "Heel leuk. Ik kijk ernaar uit om weer aan de slag te gaan. Ik ga aandacht geven aan het opnieuw bekend worden met de fonds en alles wat er speelt."
MIRELLA VISSER maakt van de gelegenheid gebruik om een dankwoord uit te spreken: "Heel veel dank aan mijn oud-collega’s NN en ING die mij opnieuw gekozen hebben in het VO-PFI. Een eervolle taak!" En waaraan gaat ze als eerste aandacht geven? "Aan de implementatie van het invaarbesluit volgend jaar. Het is de grootste verandering in de historie van ons fonds en deelnemers kunnen erop vertrouwen dat ik het proces en de communicatie zeer nauwgezet zal volgen."
JOSE SCHOEL reageerde "erg verheugd en opgelucht" op zijn verkiezing en zijn aandacht gaat nu uit naar de "aanloop naar het feitelijke invaren".
SASKIA GRAEDS reageerde: "Ik was natuurlijk heel blij toen ik hoorde dat ik gekozen was. Het komende jaar ga ik extra aandacht besteden aan de communicatie over het invaren per 1 juli 2027."
ESTHER GRONDIJS tenslotte liet weten:" Blij met de herkiezing, al was het maar vanwege mijn kwartaallijkse bijdrage aan dit magazine! Mijn favoriete agendapunt? Elk onderwerp dat deelnemers dient én handvatten biedt om ons pensioenfondsbeleid te beoordelen."
(EW)

Pensioenen
NCP soepel over naar De Nationale APF

De pensioenregeling van het NN CDC Pensioenfonds (NCP) is op 1 januari van dit jaar succesvol overgegaan naar De Nationale APF (DN APF). Er is niets aan de pensioenregeling gewijzigd.

De overgang is vrijwel geruisloos verlopen. Gepensioneerden blijven pensioen ontvangen zoals ze dat gewend waren, maar dan rechtstreeks van DN APF. Verder is ook de premievrije pensioenopbouw vanwege arbeidsongeschiktheid ongewijzigd overgenomen door DN APF.

Continuïteit gewaarborgd
Binnen DN APF is voor de regeling een afzonderlijke Kring NN CDC ingericht, (aangeduid als kring H) met een eigen Belanghebbendenorgaan (BO), dat vergelijkbaar is met het Verantwoordingsorgaan van Pensioenfonds ING. Een deel van het bestuur van NCP is aangebleven als lid van het Belanghebbendenorgaan om te zorgen voor continuïteit en een soepele overgang.

Onze vertegenwoordiger in het Belanghebbendenorgaan
Op voordracht van de Pensioencommissie en het bestuur van VO-NN is Ron van Alphen namens de gepensioneerden benoemd tot lid van het Belanghebbendenorgaan van Kring NN CDC. In de toekomst zal de benoeming in het BO geschieden via verkiezingen.

Pensioenverhoging
Het pensioen dat deelnemers hebben opgebouwd bij NCP en ook de pensioenuitkeringen bleven bij de overgang ongewijzigd. Het bestuur van NCP had eerder besloten tot een verhoging van de pensioenen met 1,9%. Die verhoging is in juli doorgevoerd, met een nabetaling over de periode januari tot en met juni. Naar verwachting kunnen de pensioenen ook per 1 januari 2027 worden verhoogd. Een besluit hierover wordt in het vierde kwartaal van 2026 door het bestuur van DN APF genomen.

Invaren in het nieuwe pensioenstelsel
Momenteel worden voorbereidingen getroffen voor de overgang naar een nieuwe pensioenregeling, die voldoet aan de nieuwe regels voor pensioenen in Nederland. Het invaarbesluit is samen met het implementatieplan ingediend bij De Nederlandsche Bank (DNB). Eerder heeft het BO een positief advies gegeven. De planning is dat het invaren plaatsvindt per 1 juli 2027.
Meer informatie hierover is te vinden op de website van DN APF: Nieuwe Pensioenregeling
(Hasko van Dalen)

136 PeterDeBruijne 3
136 PeterDeBruijne 2
136 PeterDeBruijne BRIL
136 PeterDeBruijne 3
PENSIOENGESPREK
Pensioen in beweging: wat de Wtp voor ons betekent
Onvrede over het late invaren
PENSIOENGESPREK

Pensioen in beweging:
wat de Wtp voor ons betekent

Onvrede over het late invaren
136 PeterDeBruijne BRIL

De invoering van de Wet toekomst pensioenen (Wtp) zet het pensioenlandschap op zijn kop. Ook voor gepensioneerden van ING en Nationale-Nederlanden verandert er het nodige. Tijdens een rondetafelgesprek met een vijftal golfende leden en Peter de Bruijne, voorzitter van de Pensioencommissie, werd ingezoomd op enkele kernpunten: de spreidingstermijn, de positie van het gesloten fonds en de gevolgen van de latere overgang naar het nieuwe stelsel.

Wat verandert de Wtp voor gepensioneerden? Daarover is al veel geschreven. In het kort: de kern is dat het pensioen verschuift van een vaste uitkering gerelateerd aan je salaris, naar een vermogen met een bijbehorende uitkering. Iedereen krijgt een eigen “potje”, gebaseerd op het beschikbare kapitaal. Bij de overgang gaat niemand erop achteruit. Integendeel: door de verdeling van de buffer stijgt het pensioen in eerste instantie voor iedereen. Daarna verandert het karakter van het pensioen. De uitkering wordt afhankelijker van beleggingsresultaten en kan daardoor van jaar tot jaar schommelen. Tegelijk wordt een solidariteitsreserve aangehouden die deze schommelingen moet opvangen en worden de resultaten uitgesmeerd over drie jaar.
Volgens de Pensioencommissie blijft de kans op een daadwerkelijke verlaging klein, maar zekerheid maakt wel plaats voor meer beweging. Het pensioen wordt daarmee in de praktijk hoger, maar minder vast.

Spreidingstermijn van 20 naar 10 jaar
Een belangrijk aandachtspunt in het gesprek is de keuze door Pensioenfonds ING (PFI) voor een spreidingstermijn van tien jaar. Die termijn bepaalt hoe bij het invaren de buffer over de “pensioen-potjes” wordt verdeeld. Aanvankelijk lag een termijn van twintig jaar op tafel, maar die is uiteindelijk teruggebracht naar tien jaar. Voor gepensioneerden is dat een wezenlijk verschil. Een kortere spreiding zorgt ervoor dat ouderen iets meer van de buffer in het “potje” krijgen.
De keuze voor tien jaar sluit daardoor beter aan bij de positie van gepensioneerden, ook al blijft het zo dat jongere deelnemers relatief meer ruimte krijgen vanwege hun langere horizon.
Door het verdelen van de forse buffer van PFI worden de pensioenen direct bij het invaren hoger, maar worden positieve en negatieve beleggingseffecten ook sneller verwerkt. Daar staat tegenover dat de solidariteitsreserve als eerste schokdemper fungeert.

“Er klinkt twijfel of het invaren in het nieuwe stelsel door PFI niet sneller kan.”

PFI: een gesloten fonds
Dat PFI een gesloten fonds is, speelt eveneens een rol in de beoordeling van de nieuwe regeling. Er komen geen nieuwe deelnemers meer bij, waardoor het fonds uiteindelijk zal leeglopen. Dat roept de vraag op wat er gebeurt met het opgebouwde vermogen. In de huidige (oude) situatie blijft een aanzienlijk deel van dat vermogen – de buffer boven de verplichtingen – in feite onaangeroerd, omdat uitkeren fiscaal beperkt is. De nieuwe wet maakt het mogelijk om dat vermogen wél toe te delen. Bij de overgang wordt het beschikbare kapitaal verdeeld over individuele pensioenpotten, terwijl een deel wordt gereserveerd voor solidariteit. Daarmee komt al het opgebouwde vermogen nadrukkelijk ten goede aan de deelnemers en gepensioneerden zelf, in plaats van dat het als collectieve buffer buiten bereik blijft. Dit is vooral gunstig voor de langlevenden en dus de jongeren.

Wanneer invaren?
De meeste discussie ontstaat over de timing van de overgang, het zogeheten 'invaren'. Waar een groot aantal pensioenfondsen al per 1 januari 2026 is overgestapt, mikt PFI op 1 juli 2027. Dat verschil heeft directe gevolgen voor gepensioneerden. In het gesprek komt herhaaldelijk naar voren dat deelnemers hierdoor mogelijk anderhalf jaar aan verhogingen mislopen. In een periode waarin andere fondsen al profiteren van de nieuwe regels, blijft PFI achter. Dat leidt tot vragen over gemiste indexatie, maar Peter de Bruijne benadrukt dat er gewoon jaarlijks geïndexeerd blijft worden tot aan het invaren.
Wel is de keuze voor één peilmoment bij het vaststellen van het startkapitaal van belang. Als de dekkingsgraad op dat moment lager of hoger uitvalt, werkt dat direct door in het individuele pensioenvermogen. Bovendien speelt leeftijd een rol. Naarmate de overgang later plaatsvindt, verschuiven deelnemers naar een hogere leeftijdscategorie, wat kan leiden tot een relatief lagere toedeling. Dat maakt het uitstel voor oudere gepensioneerden extra voelbaar.

136 PeterDeBruijne 4 VERLOOP

Wie waren bij het rondetafelgesprek?

Onder leiding van Ewald Wagenaar sprak Peter de Bruijne, voorzitter van de Pensioencommissie,  met initiatiefnemer Hans Roosendaal (Oud-VV/-RVS/-Postbank/-ING) en Leendert Baris (oud- NN/-RVS), Leo de Mol (oud-RVS), Jos van de Velden (oud-VV/-RVS) en Hans Egging (oud-NMB/-ING) in het clubgebouw van de Heelsumse Golfclub.

Kansen en onzekerheden
De verklaring voor het latere invaren door PFI ligt volgens de toelichting van het fonds in het besluitvormingsproces en de uitvoeringscapaciteit. De uitvoerder heeft meerdere fondsen tegelijk in transitie en dat beperkt de snelheid. Tegelijk klonk in het gesprek bij de gepensioneerden weliswaar begrip voor deze complexiteit, maar ook nadrukkelijke twijfel of PFI – als financieel sterk en deskundig fonds – niet aanzienlijk meer tempo zou moeten kunnen maken. Juist van een fonds met deze positie wordt voortvarendheid verwacht. Dat spanningsveld tussen begrip en groeiende kritiek verdient een scherpere weergave. Aan de ene kant is er begrip voor de complexiteit van de operatie, aan de andere kant neemt de druk op duidelijkheid en tempo zichtbaar toe.
Het gesprek laat zien dat de nieuwe pensioenregeling voor gepensioneerden zowel kansen als onzekerheden met zich meebrengt. Het vooruitzicht van een hoger pensioen door de verdeling van buffers wordt breed herkend en verwelkomd. Tegelijkertijd roept de combinatie van een later instapmoment en een meer beweeglijke uitkering vragen op over de uitkomst op langere termijn. Juist daarom blijft het van belang dat de ontwikkelingen rond PFI kritisch worden gevolgd en dat gepensioneerden goed geïnformeerd blijven over de keuzes die hun inkomen direct raken.
(Ewald Wagenaar)

BELANG VO PFI EsterGrondijs

Uit het VO-PFI

De invaarbonus die
geen invaarbonus mag heten

Als iedereen het over de invaarbonus heeft, maar ons pensioenfonds die term liever niet gebruikt, dan laat dat één ding duidelijk zien: hier is sprake van een reëel communicatiedilemma.

In het verleden mocht ik van ING een mooie masteropleiding in marketing volgen. Anderhalf jaar lang zat ik om de week met een selecte groep collega’s van zowel ING als NN twee dagen op de campus van TIAS bij (wat toen nog heette) de Katholieke Universiteit Tilburg. De vraag of je een gangbare term moet overnemen als die niet helemaal de lading dekt, had daar destijds uitstekend als casus kunnen dienen.
Hier speelt namelijk de klassieke spanning tussen de inhoudelijke werkelijkheid van de pensioenuitvoerder en de cognitieve werkelijkheid van de deelnemer. Pensioenfonds ING (PFI) en de experts hebben een punt: strikt genomen is een invaarbonus geen bonus. Het gaat immers om het eigen, herverdeelde pensioenvermogen in een veranderde systematiek. Het woord ‘bonus’ wekt echter de indruk van een cadeautje. En dat is het niet.
De term die het fonds gebruikt – “de verwachte verhoging bij overstap” – is dan ook zorgvuldig. Die maakt duidelijk dat het gaat om een verwachte verandering als gevolg van de overgang naar de nieuwe regeling, niet om een extraatje bovenop het opgebouwde pensioen.
Tegelijkertijd is ‘invaarbonus’ in de media behoorlijk ingeburgerd. In het dagelijks leven gebruiken we voortdurend woorden die technisch gezien niet helemaal kloppen. We zeggen bijvoorbeeld dat een voetbalclub een speler 'koopt', terwijl mensen natuurlijk geen handelswaar zijn. Mensen begrijpen nieuwe informatie nu eenmaal door die te verbinden met woorden die zij al kennen.
Als deelnemer lees je eerst de krant en pas daarna de communicatie-uitingen van het fonds. Het is de kunst om ervoor te zorgen dat die twee werelden elkaar blijven verstaan. Zo moet duidelijk zijn dat de 'verhoging' en de 'bonus' over hetzelfde gaan, zonder dat verkeerde verwachtingen ontstaan over de aard, de omvang of de zekerheid van die verhoging.
Wie meer wil lezen over de achtergronden van de verwachte verhoging bij overstap, kan het inmiddels gepubliceerde implementatieplan van PFI raadplegen. Het plan is niet geschreven als deelnemerscommunicatie, maar beschrijft vooral hoe het fonds de overgang voorbereidt en uitvoert. In het kader van transparantie is het openbaar gemaakt. Op pagina 41 staat de paragraaf ‘Invaarbonus bij verschillende economische omstandigheden’. De grafieken en scenario’s zijn bedoeld om, zoals de tekst treffend vermeldt, ‘deelnemers een indicatie te geven van de invaarbonus’.
Als Verantwoordingsorgaan zijn wij voor de komende vier jaar benoemd. In ons positieve advies over de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel hebben wij al aangegeven dat wij helder verwachtingsmanagement belangrijk vinden. Daar blijven wij de komende jaren dus scherp op. Herkenbare termen gebruiken waar dat helpt en zorgvuldige uitleg geven waar dat moet. Want onderaan de streep telt dat u weet waar u aan toe bent.
(Esther Grondijs, lid Verantwoordingsorgaan Pensioenfonds ING, esther.grondijs@pfing.nlverantwoordingsorgaan@pfing.nl)