2 zetels
voor vertegenwoordigers namens de werkgevers
(1 NN en 1 ING):
dit gaat niet via verkiezingen, de kandidaten worden voorgedragen door de werkgevers.
Vanaf 1 januari 2026 stappen veel pensioenfondsen over naar de nieuwe Wet toekomst pensioenen (Wtp). Dit proces heet invaren. Pensioenfonds ING kiest ervoor om in 2027 in te varen, maar wat er in 2026 gebeurt, is ook belangrijk.
Door de Wtp verandert er veel in de pensioenwereld. Niet alleen voor de pensioenfondsen zelf, maar ook voor alle bedrijven die daarbij betrokken zijn: de pensioenadministrateurs, de beleggers en de toezichthouders, zoals De Nederlandsche Bank (DNB), accountants en actuarissen en niet te vergeten de werkgevers.
Wat betekent dit voor onze administrateur AZL?
Onze administrateur AZL gaat al per januari 2026 een aantal fondsen invaren. Het grootste daarvan is het Bedrijfstakpensioenfonds Levensmiddelen (BPFL), met wel 410.000 deelnemers. Dat is een enorme klus, maar AZL heeft zich hier goed op voorbereid.
In totaal begeleidt AZL de overgang van meerdere fondsen, van klein tot groot. Daarmee wordt AZL een van de meest ervaren partijen op dit gebied. Wanneer Pensioenfonds ING in 2027 gaat invaren, kunnen we dus rekenen op een administrateur die het traject al meerdere keren succesvol heeft uitgevoerd – een echte “Wtp-loods”.
Wat verandert er aan de beleggingskant?
Een belangrijk verschil in het nieuwe pensioenstelsel is dat alle beleggingsopbrengsten niet langer in één gezamenlijke pot komen, maar verdeeld moeten worden over individuele pensioenpotjes van cohorten en deelnemers. Ook de aansturing van de beleggers loopt anders.
Dat vraagt veel van de administratie en techniek: elke belegging en opbrengst (winst of verlies) moet zorgvuldig worden toegerekend aan de juiste persoon. Dat is een ingewikkelde puzzel, maar gelukkig werken AZL en de beheerder (Northern Trust) hier al vaker voor samen, evenals de mandaathouders AXA, BlackRock en anderen.
De rol van toezichthouders
Ook de externe toezichthouders – zoals DNB, accountants en actuarissen – zijn al jaren betrokken bij de voorbereidingen van de Wtp. Veel van hen werken nu al met fondsen die nu gaan invaren of dat al gedaan hebben. Dat heeft een voordeel: ze kunnen snel en duidelijk antwoord geven op vragen. Wel betekent dit dat hun ruimte om flexibel te zijn kleiner wordt, naarmate meer fondsen tegelijk overstappen. Ze moeten hun tijd en aandacht verdelen over veel partijen en rekening houden met al gegeven antwoorden om een bestendige gedragslijn te volgen.
De eerste fondsen zijn trouwens al per 1 januari 2025 ingevaren. Die krijgen eind 2025 hun eerste volledige controle. Dat laat zien dat de overgang pas echt helemaal is afgerond meer dan een jaar na het invaren.
Wat betekent dit voor ons?
Voor de medewerkers van het pensioenbureau, de bestuurders en de interne toezichthouders is het invaren grotendeels nieuw. Alleen wie eerder bij een ander fonds aan een soortgelijk traject heeft meegedaan, weet wat er bij komt kijken.
Gelukkig is er ook binnen onze pensioencommissie ervaring aanwezig met andere fondsen en verzekerde regelingen. Toch merken we dat elk pensioenfonds zijn eigen bijzonderheden heeft. Dat hebben we het afgelopen jaar goed gezien bij de besprekingen over de plannen van PFI, NN-CDC en ING-CDC.
(Peter de Bruijne namens de Pensioencommissie)
Het Verantwoordingsorgaan van Pensioenfonds ING (VO-PFI) is dit laatste kwartaal van het jaar druk met het werven van kandidaten voor het nieuwe VO-PFI, zijn advies voor het PFI-bestuur over wel of niet invaren (en zo ja, hoe), het toezicht op de communicatie rond de 'bonus' die geen bonus is bij het invaren, en de dekkingsgraad. Esther Grondijs licht toe wat dit kwartaal zo bepalend maakt.
Dit kwartaal (“Q4-2025”) is gestart met de werving van kandidaten voor het volgende VO-PFI. Van 1 juli 2026 tot 1 juli 2030 zal een nieuwe groep (oud-)collega’s het fonds weer kritisch volgen en adviseren. Een mooie taak, want het VO-PFI is de plek waar de stem van de deelnemers (door)klinkt. In het voorjaar van 2026 zijn de verkiezingen gepland en kunnen alle ca 64.000 deelnemers hun stem uitbrengen. Op de website van het fonds staat de eerste informatie hierover en kun je een webinar over dit onderwerp terugkijken. Maar wie liever persoonlijk contact heeft, kan natuurlijk ook aankloppen bij de huidige leden van het VO-PFI. Onze digitale deur staat altijd open (zie onderaan de column ons e-mailadres) voor vragen over wat we doen, hoe we het doen en waarom we het doen, of wellicht andere vragen.
Q4 is traditioneel ook het kwartaal van rekenen, bekijken en wegen. In december bepaalt het PFI-bestuur namelijk of de opgebouwde en uit te keren pensioenen kunnen worden verhoogd en – zo ja – met welk percentage. Hiervoor kijkt men naar de afgeleide consumentenprijsindex voor alle huishoudens van het CBS over de laatst verstreken periode oktober-oktober, met een maximum van 3%. Ook wordt besloten of er wel of niet een aanvullende toeslag daarbovenop mogelijk is. Volgend jaar, in december 2026, zal er nog op dezelfde wijze worden geïndexeerd. Daarna, waarschijnlijk per 1 juli 2027, breekt een nieuw tijdperk aan: het invaren.
Bij pensioenfondsen die al op 1 januari 2026 gaan invaren – zoals PFZW, PMT en bpfBouw – gaat al maanden het gerucht dat deelnemers een “royale invaarbonus” tegemoet kunnen zien zodra het nieuwe pensioenstelsel van kracht wordt. Dat klinkt als een beloning na jaren trouw sparen, maar de werkelijkheid is minder romantisch. De invaarbonus verwijst naar een eenmalige extra verhoging van het pensioen, die mogelijk kan worden toegekend bij het invaren, afhankelijk van de dekkingsgraad van het fonds. Invaren betekent dat alle opgebouwde pensioenaanspraken worden overgezet naar het nieuwe systeem. Toch wekt de communicatie over deze operatie – ook bij PFI – bij deelnemers verwachtingen. In nieuwsbrieven wordt gesproken over mogelijke verhogingen bij de overstap, “Dankzij de sterke financiële positie van het fonds”. En dat klinkt, eerlijk is eerlijk, veelbelovend.
Wat deelnemers uiteindelijk zullen merken, hangt volledig af van de dekkingsgraad op het moment van invaren. Sommige gepensioneerden gaan er merkbaar op vooruit, anderen nauwelijks. PFI communiceert doorgaans zorgvuldig, maar de publieke verwachtingen lopen vaak vooruit op de feitelijke uitleg. Daardoor ontstaat een kloof tussen hoop en werkelijkheid – een kloof die lastig te dichten is. De kern blijft: iedereen krijgt er iets bij, maar hoeveel precies, weet nog niemand. Wel staat vast dat de resterende buffer evenwichtig wordt verdeeld onder de deelnemers. Wat ‘evenwichtig’ in de praktijk betekent, daarover boog het VO-PFI zich in het vierde kwartaal van 2025, met zijn versterkte adviesrecht. Spannend, soms complex, maar precies waar het werk van het VO om draait. En dat maakte dit kwartaal, ondanks de donkere dagen van Q4, opvallend kleurrijk.
(Esther Grondijs, lid Verantwoordingsorgaan Pensioenfonds ING, esther.grondijs@pfing.nl, verantwoordingsorgaan@pfing.nl)
Aan het einde van dit jaar sluit de inschrijvingstermijn voor nieuwe kandidaten voor het Verantwoordingsorgaan van Pensioenfonds ING (VO-PFI). Tot en met 31 december 2025 kunnen gepensioneerde deelnemers zich nog aanmelden als kandidaat. Daarmee start de aanloop naar de verkiezingen die in het voorjaar van 2026 plaatsvinden.
Het Verantwoordingsorgaan vervult een belangrijke rol binnen het pensioenfonds. Het beoordeelt het beleid van het bestuur, weegt belangen van verschillende groepen deelnemers af en geeft adviezen over onder meer communicatie, toezicht en beloningsbeleid. Ook heeft het VO-PFI een verzwaard adviesrecht bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. De leden vormen zo de schakel tussen het bestuur en de deelnemers van het fonds – werkenden, gewezen deelnemers en gepensioneerden.
Evenwichtige vertegenwoordiging
Het VO-PFI telt tien leden. De verdeling van de zetels weerspiegelt de verhouding tussen actieve deelnemers bij ING en NN enerzijds en de groep pensioengerechtigden en gewezen deelnemers anderzijds. Voor die laatste categorie komen nu zes zetels vrij. De zittingstermijnen van vier jaar lopen af, waardoor het fonds nieuwe vertegenwoordigers zoekt die de stem van de gepensioneerden en gewezen deelnemers ('slapers') willen laten horen in het overleg met het bestuur.
De werkgevers mogen opnieuw twee kandidaten voordragen en er worden ook twee deelnemers namens de actieven gekozen. In theorie kan een oudere actieve deelnemer die binnenkort met pensioen gaat en lid is van een van onze verenigingen, zich ook kandidaat stellen, mits deze met pensioen is op 1 juli 2026.
Een aanmelding als kandidaat verloopt via de website van PFI. Hier is alle informatie te vinden over de kandidaatstelling en de vervolgstappen. Voor informatie over de voordracht namens VO-ING of VO-NN kan contact worden opgenomen met de Pensioencommissie, zie websites vo-ing.nl of vo-nn.nl.
Belangen van gepensioneerden
De betrokkenheid van gepensioneerden bij het VO-PFI blijft belangrijk, zeker nu het pensioenlandschap verandert. Het Verantwoordingsorgaan speelt een rol bij de transitie naar het nieuwe stelsel en beoordeelt of besluiten van het bestuur passen binnen het beleid en de belangen van alle deelnemersgroepen. Leden van het VO-PFI krijgen inzicht in het beleid van PFI en de manier waarop dit wordt uitgevoerd. Ze leveren zo een bijdrage aan het functioneren van het fonds en behartigen de belangen van (oud-)collega's. Ze doen zo bestuurlijke ervaring op en krijgen verdiepende kennis over pensioenen, onder meer via een door PFI betaalde opleiding.
voor vertegenwoordigers namens de werkgevers
(1 NN en 1 ING):
dit gaat niet via verkiezingen, de kandidaten worden voorgedragen door de werkgevers.
voor vertegenwoordigers namens de werknemers / actieve deelnemers.
Degenen die ofwel nog in dienst zijn van ING of NN of die premievrij pensioen opbouwen wegens arbeidsongeschiktheid. Ook hier 1 zetel voor NN en 1 voor ING. Deze kandidaten worden ook via verkiezingen gekozen.
voor vertegenwoordigers namens pensioengerechtigden / gewezen deelnemers.
Die kunnen op voordracht komen van VO-ING en VO-NN. Hierbij is bepaald dat er maximaal 2 zetels toe kunnen komen aan 'slapers' / gewezen deelnemers (dus ex-werknemers van NN/ING die uit dienst zijn, maar nog niet met pensioen).
De verdeling van de 6 zetels is dus afhankelijk van de verkiezingsuitslag. Het is niet persé zo dat gewezen deelnemers een zetel in het VO krijgen. Pensioengerechtigden en gewezen deelnemers kunnen zich kandidaat stellen voor deze zetels.