MIJN TROTS
Nationale-Nederlanden
blonk altijd uit met bladen
005 BLADEN AngelaWiggers VincentKofflard RoelandGelink

Oud-bladenmakers Angela Wiggers, Vincent Kofflard en Roeland Gelink.

In de rijke historie van Nationale-Nederlanden hebben bladen bijna altijd een niet onbelangrijke bijrol gespeeld. Voordat het plaats maakte voor een digitale opvolger, droeg het magazine bijna een halve eeuw een stevig steentje bij aan de goede band met de onafhankelijke intermediair. Het personeelsblad 2N, later opgevolgd door Middenin en i-Magazine, was een kleine 30 jaar zowel voor NN'ers als hun thuisfront een bron van informatie over de gang van zaken binnen het bedrijf. Als oud-bladenmakers zetten wij – Vincent Kofflard, Angela Wiggers en Roeland Gelink – onze voormalige troetelkinderen graag nog eens in de schijnwerpers.

Een vijftigste jaargang was uiteindelijk net niet gegund. In 2019 kwam er een einde aan het blad dat Nationale-Nederlanden in 1970 als NU Magazine in het leven had geroepen als middel van communicatie met de vele met haar samenwerkende verzekeringsadviseurs. Nadat de allerlaatste van de drukpers was gerold, werd die rol overgenomen door een digitaal vervolg. was ook het laatste blad van NN dat in druk bij de lezer in de brievenbus viel, het beste bewijs dat het heel lang in een behoefte voorzag.

Ouders van NU
Het afscheid van was destijds een goede reden om nog één keer stil te staan bij de geschiedenis van het blad. Leuk om de intentieverklaring van de eerste makers in 1970 nog eens terug te lezen. 'Evenals voor Einstein, moet de intrigue van NU voor u, die het vak van assurantie-bemiddelaar beoefent, en derhalve het pluk-de-dag-type bij uitstek bent, onweerstaanbaar zijn. NU is eigentijds en tijdloos tegelijk. Want NU is morgen even fris en actueel als zij nu is.'
De voor het blad gevormde redactieraad stelt 'met uiterste zorg toebereid geestelijk voedsel' in het vooruitzicht. NU wil ook staan voor oprechte communicatie, 'tweerichtingsverkeer tussen u en ons. Dat staat de redactieraad – als ouders van NU – tenminste voor ogen. Het is mede aan u om dat waar te maken', luidde meer dan een halve eeuw terug de oproep aan de lezer.

Eén NN
Onze eigen betrokkenheid bij de bladen van Nationale-Nederlanden begon op 1 september 1996. Het samengaan van het leven- en schadebedrijf in één NN onder één directie was de aanleiding om tevens één centrale stafdienst In- en Externe Communicatie te vormen. Het energieke hoofd was Jan-Willem Dreteler. Om de missie van een kwalitatief goede, eenduidige in- en externe communicatie waar te maken, vormde hij een team dat zowel uit NN'ers als mensen aangetrokken van buiten het concern bestond. Zo was Angela eerder tekstschrijver bij de afdeling marketing van het levenbedrijf in Rotterdam, Vincent eindredacteur van het personeelsblad Kantlijn van de RVS en Roeland redacteur van het Verzekeringsmagazine VVP, één van maar liefst vier onafhankelijke vakbladen voor de verzekeringsbranche. Om de eigen bladen en andere media van NN (zoals het bedrijfsjournaal, te zien op de televisies in de NN-kantoren) een nieuwe impuls te geven, kwamen die onder leiding te staan van een 'outsider' met veel ervaring in de journalistiek, Bert Groothand.

NU is eigentijds en tijdloos tegelijk. Want NU is morgen even fris en actueel als zij nu is.”

Dankbaar werk
Om als (eind)redacteur een bijdrage te leveren aan zowel als 2N was dankbaar werk, ook voor onze In- en Ex-collega's. Nog los van de riante arbeidsvoorwaarden, waren beide bladen fraai vormgegeven visitekaartjes, die bovendien konden rekenen op de nodige waardering van de lezers. Bij 2N waren dat niet alleen de medewerkers, maar ook hun meelezers thuis. Het blad landde elke maand op de deurmat en had behalve voor bedrijfsaangelegenheden tevens oog voor het leven buiten kantoor. Voor veel verhalen was het ideaal dat vrijwel altijd een beroep kon worden gedaan op de enorme hoeveelheid kennis en ervaring die NN zelf in huis had, niet alleen op het gebied van verzekeringen, maar bijvoorbeeld ook over schadepreventie, juridische en fiscale zaken, bedrijfsvoering, beleggingen en sponsoring.
Dat wij konden beschikken over twee eigen professionele fotografen – Niek Coomans en Peter Roedoe – was een luxe waar de verzekeringsvakpers alleen maar van kon dromen. De afdeling investeerde ook in de vergroting van de kennis van de eigen mensen. Zo maakten Vincent en Angela allebei graag gebruik van de mogelijkheid om zich als eindredacteur verder te bekwamen door een opleiding te volgen aan een van de Scholen voor de Journalistiek. Roeland voltooide – met de hakken over de sloot – de basisopleiding financiële dienstverlening.

Van 2N naar Middenin
Een grote verandering in onze tijd bij NN was in 1998 de vervanging van 2N door het nieuwe personeelsblad Middenin. 2N bestond destijds al bijna 30 jaar. Reden voor de metamorfose was een veranderingsproces, 2000N genaamd. 'In een tijd van veranderingen binnen het bedrijf vinden wij het belangrijk dat dit blad de mening weergeeft van iedereen die bij NN meehelpt aan het verder bouwen aan een succesvolle toekomst', schreef Bert Groothand in het eerste nummer.
Aan de lancering ging de inschakeling van een bureau vooraf, waarmee een volledig nieuwe bladformule werd ontwikkeld. Daarin paste onder meer extra aandacht voor human interest, zoals in verhalen over een dag uit het leven van een medewerker, reportages over oud-NN'ers terug op kantoor en ervaringen en meningen van het eigen personeel, dat automatisch ook vaker in beeld kwam. Dat het personeel uitgebreid zelf aan bod kwam, kon overigens niet verhinderen dat er altijd medewerkers bleven die het huisorgaan als Pravda van de directie beschouwden.
In 2006 was het samengaan van de bedrijfsonderdelen binnen ING die samenwerkten met het intermediair, aanleiding voor een laatste naamswijziging. Middenin werd het i-Magazine, waarin voortaan ook zusterbedrijven als Movir, RegioBank en de WestlandUtrecht Hypotheekbank aan bod kwamen.

Nu en 2N. Het blad dat uiteindelijk het langste op papier bleef bestaan, was Nu
005 BLADEN NN NU
005 BLADEN 2N 1968

Laatste der Mohikanen
Het blad dat uiteindelijk het langste op papier bleef bestaan, was . Bijna een halve eeuw was het een effectief middel om een goede band te onderhouden met de vele met Nationale-Nederlanden samenwerkende verzekeringsadviseurs. Dat bleek ook steeds uit de lezersonderzoeken die regelmatig werden gehouden, onder meer door lezerspanels en individuele gebruikers soms diepgaand naar hun mening te vragen.
was ook veel meer dan alleen maar een staalkaart van de NN-producten waarmee het intermediair de eigen klanten van dienst kon zijn. Zo verhaalde het blad over de vele vormen van specialistische ondersteuning waar het intermediair gebruik van kon maken, zoals van preventie-experts, bedrijfsadviseurs en salestrainers. Als eerste directievoorzitter communiceerde Ludo Wijngaarden maandelijks met de lezers via een eigen column. NN's Fiscaal-Juridisch Adviesbureau deelde haar kennis over voor de branche belangrijke ontwikkelingen niet alleen in , maar tevens in een magazine onder eigen naam. Rekening houdend met de grote verschillen tussen adviseurs – van éénmanskantoren die vanuit huis werkten tot internationaal opererende beursmakelaars – verscheen ook Employee Benefits in Bedrijf als een uitgave voor echte specialisten.
Zoals vanaf de start de bedoeling was, kwam ook het intermediair zelf in vaak aan het woord. Van de ervaringen van collega's namen de lezers meestal graag kennis. Als eindredacteur had Vincent bij het afscheid van als blad het laatste woord. Hij nam toen ook afscheid van NN als laatste der Mohikanen van onze in 1996 gevormde afdeling.
(Roeland Gelink, Vincent Kofflard, Angela Wiggers)