Zijn huis aan de Wassenaarseweg in Leiden bracht professor, jurist en oud-collega Wouter Kalkman op een spoor dat hij niet had voorzien. Jarenlang draaide zijn leven om verzekeringsrecht, contracten en bestuurlijke verantwoordelijkheid bij NN. Tot hij ontdekte dat op precies dit adres ooit Hella ten Cate Brouwer woonde, de vrouw die in de krant de Leidse Mata Hari werd genoemd. Hoe een oud-collega biograaf werd.
“Waarschijnlijk was dat boek over Hella er nooit gekomen als ik niet had ontdekt dat zij hier had geleefd,” zegt hij. Nieuwsgierigheid veranderde in onderzoek, onderzoek in een biografie. Kalkman noemt zichzelf in de eerste plaats jurist. “Mijn juridische blik helpt om de feiten op een rij te krijgen en door mythes heen te prikken. Ik wil weten waar een bewering vandaan komt en wie haar heeft opgeschreven.” In archieven zoekt hij met dezelfde precisie als in dossiers. Toch merkte hij dat een mensenleven zich niet laat vangen met de logica van het recht. “Je kunt gaten in een biografie niet dichtredeneren. Soms moet je accepteren dat het verhaal onvolledig blijft.”
Die houding tekent ook zijn loopbaan. Bij NN werkte hij decennialang als general counsel en juridisch adviseur. Collega’s kenden hem als bedachtzaam en zakelijk, maar niet koud. “Ik heb altijd geprobeerd op integere wijze invulling te geven aan mijn werk. Mensen onthouden dat. Ze weten dat iets wat je afspreekt, gewoon gebeurt.” Dezelfde betrouwbaarheid zoekt hij in zijn boeken. En ook in het gesprek met hem valt zijn zorgvuldig geformuleerde taalgebruik op.
Voorzichtigheid
Over Hella ten Cate Brouwer (1914-1986) spreken valt moeilijk zonder direct een moreel oordeel te vellen. Wouter merkte hoe snel het verhaal naar simpele oordelen neigt. Een verhaal over een gevangen verzetsstrijdster in WO II die na een terdoodveroordeling door een Duitse militaire rechtbank de keuze maakte om voor de Duitsers te spioneren, relaties met Duitse officieren aanging en later ook net zo gemakkelijk weer voor de geallieerden werkte. Na de oorlog kreeg zij het voordeel van de twijfel en werd zij ontslagen van rechtsvervolging. “Het archief verleidt tot denken in zwart en wit, maar het leven van Hella bestond uit veel kleuren,” zegt hij. Documenten tonen momenten van meebewegen met foute machten, maar ook van zorg voor anderen en pogingen om ruimte te houden voor zichzelf. “Ik voelde soms de neiging haar te redden, maar dat mag een biograaf niet doen. Zij moest keuzes maken met heel weinig informatie. Dat relativeerde mijn eigen zekerheden.”
Wouter beschrijft hoe hij brieven tegenkwam die hij even moest wegleggen. “Niet omdat ze spectaculair waren, maar omdat je de angst tussen de regels leest.” Volgens Kalkman dwingen zulke bronnen tot bescheidenheid. “Je zit veilig achter je bureau en oordeelt over iemand die keuzes maakte met een pistool van de geschiedenis tegen haar hoofd.” Daarom koos hij voor een vorm die vragen laat staan. Het boek moest geen rehabilitatie worden, maar een poging tot eerlijk kijken naar een vrouw die voor zichzelf koos en tegelijk dapper en kwetsbaar was.
Doorgaan
Naast Hella ten Cate Brouwer houdt Wouter zich intensief bezig met de Oekraïens-Oostenrijkse componist Sergei Bortkiewicz. Hij onderhoudt een omvangrijke website om diens muziek opnieuw onder de aandacht te brengen. “Zijn naam is klein gebleven, maar zijn muziek klinkt groots. Dat onbekend zijn, bleef knagen aan mij.”
Wat trekt hem aan in zulke figuren? “De geschiedenis laat mensen vallen. Ik vind het de moeite waard om te kijken wie er achter die schaduw staat.” Het is geen romantisch reddingsproject, benadrukt hij, eerder een vorm van hernieuwd aandacht vragen. “Talent alleen is niet genoeg om te overleven. De twintigste eeuw heeft veel van Bortkiewicz afgenomen. “Hij bleef componeren terwijl de wereld onder hem weggleed. Dat volhouden herken ik wel. Ik ben geen personage in hun drama. Mijn rol is kijken, ordenen, analyseren en in context plaatsen, niet meespelen. “Ik heb natuurlijk een comfortabeler leven dan Hella en Sergei ooit hebben gehad,” zegt Wouter, “maar je herkent wel iets van dezelfde kwetsbaarheid. Je denkt dat je de regie hebt, tot het leven een andere afslag neemt. Ook dan moet je volhouden.” De biograaf mag geraakt worden, vindt hij, maar moet afstand bewaren. “Je blijft gast in andermans leven.”
Mens achter de functies
Wouter is geen studeerkamerkluizenaar. Hij wandelt en reist veel, samen met zijn vrouw Laura en hun (klein)kinderen. Lezen en piano spelen vormen zijn constante metgezellen. Over zijn auteurswerkzaamheden spreekt hij met plezier: “Het ziet eruit als werk, maar ik doe het voor de lol.”
Het huis in Leiden veranderde voor hem van betekenis. “Je loopt door dezelfde gangen als iemand uit een andere tijd. Dat relativeert.” Het gaat om mensen van vlees en bloed, met fouten en verlangens. De bijnaam Leidse Mata Hari viel voor hem al snel uit elkaar. “Achter dat cliché zat een complexe vrouw. Dat wilde ik laten zien.”
Over zijn dubbele identiteit als jurist en schrijver zegt hij: “Ik voel me beide. Het recht vraagt om structuur, het archief om verbeelding. Die twee hoeven elkaar niet te bijten.” Misschien verklaart dat zijn werkwijze. Hij noteert zorgvuldig, maar laat ruimte voor twijfel. “De geschiedenis is geen strak lopend verhaal met een begin en een eind. Wat er in werkelijkheid gebeurd is, was vaak chaotisch, rommelig en vol toeval. De slinger van gebeurtenissen had ook zo een andere kant uit kunnen gaan.”
Wouter kijkt met plezier terug op zijn professionele leven bij NN. “Ik heb enorm veel kansen gehad en genomen. NN was (en is) een mooi bedrijf, met over het algemeen prettige mensen.” Diezelfde mildheid toont hij tegenover zijn biografische personages. Geen oordeel, wel begrip.
Aan het einde van het gesprek formuleert hij zijn drijfveer eenvoudig. “De wereld vergeet snel. Iemand moet af en toe zeggen: wacht even, hier was ook nog een stem die het verdient gehoord te worden.” In die zin vormt zijn werk geen vlucht uit het heden, maar een vorm van verantwoordelijkheid. De jurist zoekt recht, de biograaf zoekt menselijkheid. In Wouter ontmoeten ze elkaar in een rustige, vasthoudende nieuwsgierigheid.
(Ewald Wagenaar)
De componist Sergei Bortkiewicz (1877–1952) werd voor Kalkman een persoonlijke missie. Bortkiewicz groeide op in Charkov, studeerde in Sint-Petersburg en Leipzig en gaf concerten door heel Europa. De Eerste Wereldoorlog en de Russische revolutie joegen hem weg uit zijn vaderland. Hij belandde uiteindelijk in Wenen, waar hij ondanks armoede bleef componeren. De Tweede Wereldoorlog zorgde definitief voor de vergetelheid waartoe hij gedoemd was. Wouter onderhoudt een website over Bortkiewicz om zijn werk opnieuw hoorbaar te maken. In Bortkiewicz herkent hij de kwetsbaarheid van talent dat niet door roem wordt beschermd. Zijn inzet draait minder om rehabilitatie dan om aandacht: luisteren naar muziek die volgens hem onweerstaanbaar mooi is.
Er worden zowel in Nederland als elders in Europa regelmatig concerten gegeven waarbij de muziek van Sergei Bortkiewicz ten gehore wordt gebracht.
Verzetsstrijder en dubbelspionne Hella ten Cate Brouwer (1914–1986) leefde volgens Wouter Kalkman in een web van tegenstrijdigheden. Verzetstrijdster, ter dood veroordeeld, spionne voor de Duitsers, relaties met Duitse officieren, in dienst van de geallieerden. Wouter: “Wie haar snel veroordeelt, begrijpt niets van de omstandigheden waaronder zij moest handelen,” zegt hij. Voor de oorlog was zij vrijgevochten en avontuurlijk ingesteld. Tijdens de bezetting bewoog zij zich in kringen waar grenzen tussen overleven, meebewegen en terugveren en collaboratie gevaarlijk dun werden. De bijnaam Leidse Mata Hari reduceerde haar tot een sensatiefiguur, terwijl haar dossier vooral veel leed en verdriet toont. “Sommige keuzes ogen met de kennis van nu verkeerd, maar waren die dat ook toen zij die moest maken?” vraagt Wouter. Hij beschrijft haar niet als heldin of dader, maar als iemand die laveerde tussen loyaliteit, afhankelijkheid en de wil om te overleven. Juist die ongemakkelijke kleurschakeringen in oorlogstijd maken haar volgens hem menselijker dan welk etiket ook.
Het boek ‘Herinner mij er niet aan’ van Wouter Kalkman over de Leidse Mata Hari is hier te krijgen.